Call TheONE
Menu

WANDOLA, boek over een traditioneel vissersdorpje in Cambodja.

WANDOLA geschreven door Wil Thijssen – boek recensie.

In 2010 reisde Wil Thijssen alleen naar Cambodja en komt dan terecht in het vissersdorpje Kampong Khleang, een dorpje gebouwd met houten huizen gebouwd op 9 meter hoge palen. 

Dit traditionele vissersdorpje ligt aan het water en dicht bij het grootste zoetwatermeer van zuidoost Azië, de Tonlé Sap. Maar ook vlakbij de grootste toeristische trekpleister van Cambodja; de beroemde Angkor Wat tempels.

Wandola_Wil-Thijssen-cover

Wil Thijssen is een typische moderne Hollandse vrouw, groot, blond en bevoorrecht om te gaan en te staan waar ze wil. 

Met een toegekende stimuleringsfonds subsidie van diezelfde Volkskrant en met haar beroep als reisjournalist wordt ze de gelegenheid gesteld om tientallen keren op-en-neer te vliegen en zodoende jarenlang te werken aan haar boek dat ons moet gaan informeren over het echte leven van de Cambodjanen in een palendorpje aan het grote meer.

Op de omslag van het uiteindelijk prachtig vormgegeven boekomslag staat ook de subtitel “Hoe Boeddha verdwijnt uit Cambodja.’’ Daarover straks meer.

De betekenis van Wandola

De fonetische uit te spreken titel WANDOLA is een voor ingewijde in Cambodja en eigenlijk heel Azië een verwijzing naar ‘’One Dollar’’ Die roep om ‘’one dollar’’ voor toeristische prullaria, een ijskoude coke of de smeekbede van een bedelkind. SIR!! One Dollar?? WANDOLA. Grappig bedoeld maar in feite ook triest.

Bij toeval ontmoet ik Wil Thijssen bij het bezoeken van een vriend, in Amsterdam die ik ooit heb leren kennen in Cambodja. Brutaal vraag ik op de vrouw af of ik misschien het net verschenen boek dat op de tafel ligt mag hebben. ‘’Dat mag, maar eigenlijk moet je het kopen’’, antwoord ze lachend. Ik beloof haar boek te lezen en als tegenprestatie een oprechte recensie te schrijven.

Misschien ben ik door mijn eigen jarenlange verblijf in Cambodja van 2010 tot April 2020 niet de juiste persoon om een objectief oordeel te hebben. Misschien is dat objectief zijn of een oordeel hebben ook helemaal niet nodig. Ik begin er direct in te lezen.

Wat wél zo is, dat ik dat vissersdorpje in Cambodja, genaamd Kampong Khleang zelf ook een aantal keren heb bezocht en daar regelmatig met mijn photo tours heenging vanuit Siem Reap. Daardoor weet ik precies waar zij over schrijft en zie ik het op hoge palen gebouwde dorpje en de weg er naar toe levendig voor mij. 

Ook ik heb de man die daar rondvaartboot kaartjes verkoopt, in haar boek beschreven gezien en gesproken, en weet precies hoe de mensen daar leven. Maar ook elders in Cambodja en met name in Phnom Penh waar ik tien jaar woonde, lief en leed deelde en nu met mijn Cambodjaanse vrouw en kind net op tijd was weg gevlucht voordat de grenzen dicht gingen voor het ”killervirus” – Eind Maart 2020.

Wandola_Wil-Thijssen-cover_binnenwerk

De onstuitbare ontwikkelingen in Cambodja

De basis van het WANDOLA boek is in feite de onstuitbare ontwikkelingen in Cambodja vanaf 2010, de eerste keer dat de schrijfster en professioneel reisjournalist van de Volkskrant arriveert tot aan de laatste keer in 2020 wanneer Covid-19 het reizen naar Cambodja bemoeilijkt en in feite de grenzen dicht zijn gegaan voor het toerisme.

Bij het begin is Wil Thijssen net als iedere bezoeker in Cambodja gefascineerd door het land en verliefd op de bevolking. 

Cambodja is dan nog relatief onbekend bij de meeste reizigers-toeristen en meer geschikt voor jonge ‘backpackers en oude hippies, ingesteld om langdurig te kunnen verblijven in een mooi tropische land voor weinig geld. 

Door het relatief recente oorlog geweld en de Khmer Rouge genocide ademt Cambodja ook dan nog steeds dan een gevoel van avontuur, mystiek en gevaar uit. Tussen 1974-1975 was Cambodja volledig gesloten door een machtsovername oorlog en zelf- genocide waarbij 2 miljoen Cambodjanen het leven laten door het gewelddadige bewind van extreme communisten genaamd de Rode Khmer onder leiding van Pol Pot.

De heropbouw begon in feite pas eind jaren ‘90 en dan weer jaren later rond 2005-2010 is het land in principe open voor toerisme. Dat is dan ook het begin in 2010 voor Thijssen om in het vissersdorpje Kampong Khleang een kamer te willen huren en voor langere periode het dagelijkse leven te bestuderen en voor haar krant reisartikelen en haar boek project te schrijven door middel van het bijhouden van notities.

Hollandse vrouw alleen, in een ver en relatief onbekend land is een hele onderneming en een stoer plan.

Het boek beschrijft in de eerste helft haar proces om überhaupt een vergunning te bemachtigen om daar te mogen verblijven en te overnachten en de bureaucratische onzinnigheden en corrupte mentaliteit van de lokale ambtenaren te ervaren. Met oog voor detail van de lokale gewoonten tot aan het geluid van de nachtdieren die haar uit de slaap houden in het hutje in het vissersdorp leren we ook langzaam meer en meer over de mensen waar zij verblijft. Hun angsten, bijgeloof, hoop en soms ook wanhoop.

Over de diepere achtergrond van de auteur zelf, haar verwachtingen, twijfels, gevoelens en dagelijkse routine komen we nauwelijks iets te weten. 

Wil Thijssen vliegt dan veel heen- en- weer- en op- en- neer naar Holland waar ook wat twijfel is ontstaan over de werkelijke zin van deze marathon observaties in die uithoek van Cambodja. De vraag waartoe en waarheen van haar redactie chef, en waar gaat het heen met dat subsidiegeld? Dat alles werkt blijkbaar als een stok achter de deur voor de auteur om met iets meer tastbaars op de proppen te komen. 

Het tweede deel van het boek is dan ook opeens veel interessanter, opener, en er gebeurt wat meer. De toon is vrijer en de relatie met de Cambodjaanse mensen die ze heeft leren lijkt intenser geworden. 

Toch leren we verder inhoudelijk vrijwel niets over het echte dagelijkse leven in het palendorp. Over hoe het dorp de veranderingen absorbeert die het toerisme met zich mee brengt. Ja, er wordt geobserveerd dat veel van de bewoners nu met mobiele telefoons zwaaien en dat er elektriciteit is aangelegd, dat dan weer meer herrie en onrust veroorzaakt. 

Met de visstand in het grote Tonlé Sap meer is het ook al niet meer best gesteld lezen we en de misère neemt toe voor de vissers, terwijl de algemene welstand inmiddels wel toeneemt. 

Bij mijn eigen dagelijkse bezoeken aan de lokale markten in Cambodja zag ik vooral een enorme overvloed aan vis en prachtige biodiversiteit daar op de vismarkt vloeren. Boeren en vissers klagen altijd en in Cambodja is het niet anders.

Natuurlijk staat de natuur onder druk, ook in Cambodja. Maar dat komt volgens mij voornamelijk door de bevolkingsgroei, overbevissing en vervuiling door overmatige industriële activiteiten zonder gedegen afvoer en nauwelijks enige milieu controle van de nieuwe enorme fabrieken die vrijelijk hun gang kunnen gaan met het lozen van gif in de rivieren en meer.

Wil Thijssen en haar Cambodjaanse vrienden geven vooral de door China gebouwde stuwdammen in de Mekong rivier de schuld, en ook de mondiale klimaatverandering, zoals we zelf dagelijks kunnen lezen in de Volkskrant.

Hoe Buddha verdwijnt uit Cambodja

WANDOLA geeft daar verder geen duidelijke inhoudelijk onderbouwing over. Terwijl dat gegeven uit de subtitel wellicht een nieuw en verrassend inzicht zou hebben kunnen opleveren. Hoezo verdwijnt Buddha uit Cambodja?

De subtitel van het boek ‘’Hoe Buddha verdwijnt uit Cambodja.’’ lijkt ook eerder een marketing slogan uitvinding van haar uitgever, Prometheus. Ik lees nergens een heldere onderbouwing van die aanname. Want is het soms dat geld verdienen door Cambodjanen aan toerisme slecht is? En zijn de Cambodjanen daardoor van het Boeddhistische geloof af gegaan?

Het leven in Cambodja is spiritueel nog volledig intact. Jong en oud leven met alle rituelen en gewoonten die al eeuwenlang in Cambodja onderdeel zijn van het dagelijkse leven.

Toeristen die geld in het laatje brengen veranderen niets aan hun relatie tot Buddha en de spirituele wereld. Cambodja is voor 90% boeddhistisch. In het boek lezen we ook nergens dat personen afstand van hun geloof deden. Het Boeddhisme is ook geen ”geloof” maar een levensovertuiging vormgegeven in rituelen, groot en klein.

Het Boeddhisme is juist springlevend in Cambodja. Het is haar te vergeven want ik weet ook inmiddels, Cambodja is mooi en de mensen erg aardig maar het blijft een gesloten verdeelde arm versus rijk gemeenschap met als enige algemene identiteit, het harde onvrije leven onder het juk van de absolute macht.

En dat is nou precies waar westerlingen zoals ikzelf en Wil Thijssen in Cambodja niet echt te maken mee hebben. Want in die intense hitte, de complete chaos, ook intense levensvreugde en warme lach van de Cambodjanen ver-maskeren zij die harde realiteit voor ons. buitenlanders, ”barang” genaamd

Wat verder positief opvalt is dat Wil Thijssen schrijft dat zij bij voorbaat al had besloten om nooit zomaar geld te geven aan arme mensen, maar uiteindelijk toch inziet dat wanneer zij niets geeft er ook niets voor die mensen mogelijk is wanneer er problemen zijn. Uiteindelijk besluit ze financieel wel te helpen waar mogelijk en haar verantwoordelijkheid te nemen voor de mensen om wie ze is gaan geven en die haar ook als familie zijn gaan beschouwen. 

Wandola leest best lekker weg

Door kritiek in Holland op de redactie en van haar uitgever lijkt Wil Thijssen in het tweede deel van haar boek echt los te komen en veel meer betrokken te zijn geworden. Ze geeft daarbij ook enige uitleg over de context waarin de Cambodjanen moeten overleven. Ze geeft informatie over de politieke en economische realiteit over het leven in een keiharde dictatuur. Dit zijn eerder korte aanvullingen dan langdradige politieke en economische uiteenzettingen. 

We lezen dan ook kort iets over Wil Thijssen haar persoonlijke twijfels, en medische problemen en confrontaties in die tien jaren die zijn verstreken. Maar diep gaat dat niet.

Als een opzichzelfstaand verhaal is WANDOLA geen reisboek, ook geen wetenschappelijke antropologische verhandeling van een unieke leefgemeenschap in transitie. En al helemaal geen autobiografisch verhaal van een vrouw alleen in Cambodja. Het blijft allemaal leuk, aardig en wat afstandelijk is mijn opinie.

Wat WANDOLA wél is, is het verhaal van een aardige en vooral geïnteresseerde Hollandse vrouw die in de ban van Cambodja is gekomen. 

WANDOLA is ook verhaal van Wil Thijssen die een unieke verhaal wilde vertellen en er voor koos omdat niet te persoonlijk, niet te intiem, en niet te wetenschappelijk te doen. 

Een eerlijke verhaal van een oprecht geïnteresseerd persoon over de mensen in dat modderig dorpje op palen in Cambodja, Kampong Khleang.

Zeker voor mensen die in Cambodja geweest zijn of stiekem dromen over ooit een reis naar dat intens warme tropische land, met die ontzettend lieve en bijzondere mensen daarvoor is WANDOLA een eerlijk, best leuk en lief leesboek.

Wandola_Wil-Thijssen-back-cover

Wil Thijssen is een voormalige reisjournalist. Tegenwoordig schrijft ze over misdaad en justitie voor de Volkskrant.

‘Bedelmonnik met een missie’ Peter Klashorst.

Eerder gepubliceerd verhaal en fotografie in HP/De Tijd kerstnummer 2010.

Peter Klashorst, in de jaren tachtig een van de meest spraakmakende kunstenaars van zijn generatie, woont en werkt tegenwoordig in de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh.

Daar exposeerde de kunstenaar in de voormalige Tuol Sleng-S-21 gevangenis zijn meest recente werken.

Klashorst-atelier-Phnom-Penh-tekening

Michael Klinkhamer bezocht de kunstenaar in zijn Aziatische domicilie en sprak met hem over zijn eclectische oeuvre, zijn hang naar zelfdestructie en, hoe kan het ook anders, vrouwen, macht en de totale redeloosheid van het bestaan.

Ik verlaat de aankomsthal van het Phnom Penh International Airport. Uit een kluitje rondhangende Cambodjanen maken zich enkele figuren los, zwaaiend met bordjes, “You need car, taxi, hotel? Where you go?” 

Vanuit mijn ooghoek zie ik een gedrongen man staan, met indringende donkere ogen onder een zwart flaphoed; Peter Klashorst.

Na een korte, hartelijke begroeting rijden we per tuk-tuk, een soort brommer koets de vroege avondspits in, op weg naar Klashorst zijn huis annex atelier. De kunstenaar woont en werkt downtown, in het uitgaansgebied waar de nacht geen einde kent en de tientallen barretjes namen hebben als, Candy Bar, LuckyBar 69,  Darling-Darling en You Hot. 

Het stadsdeel ligt aan de indrukwekkende Mekong Rivier en wordt begrensd door een fraai onderhouden boulevard. De bouwstijl is Frans koloniaal, die het gebied bijna een Zuid Franse allure verleent. Laten we eerst maar even wat drinken, toch?”, zegt Klashorst. “Het bier is hier goed en de sfeer zit er altijd in”. Hij gaat me voor, een donkere, ijskoud gekoelde bar in, waar een twintigtal ‘hostessen’ ons vriendelijk welkom heten.

“Proost en welkom in mijn stad”, zegt Klashorst na de eerste teug van zijn ijskoude bier, onverstoorbaar, terwijl slanke vrouwenhanden over ons heen beginnen te kroelen en onze nek en rug stevig masseren. “Let daar maar niet op hoor, zo gaat het hier gewoon”, zegt Klashorst. “Het is gewoon werk voor die meiden. Ze komen vanuit de sloppenwijken en het platteland hiernaartoe en verdienen op deze manier heel wat meer dan als ze in een fabriek of in een sweatshop iets vaags in elkaar zetten voor twee dollar per dag.

 Ik zit vaak in dit soort barretjes. Meestal geef ik zo´n meisje wel eens wat dollars of een mobiele telefoon. Natuurlijk, als je ook ´iets anders´ wilt dan is dat ook te regelen, al moet ik daar nu echt even niet aan denken. Trouwens, ik zie die meisjes hier ook meer als modellen voor mijn schilderijen, tekeningen, strips, films, mijn erotische foto’s; ze zijn een bron voor mijn beeldverhalen. Ik zie veel schoonheid en onschuld in hen. Op Facebook publiceer ik soms korte films van een paar vrouwen, kleine portretjes en culturele vertellingen. Denk je nu echt dat ik hier voor seks kom? Ik neuk toch altijd en overal wel, daar gaat het mij niet om.

Deze vrouwen hebben mij ook weer nodig om te praten en te rusten en wat geld los te krijgen, voor van alles. Ik ben daar makkelijk in, dat is altijd al zo geweest. Als ik weer wat poen heb dan moet het op, en als er even geen geld is dan helpen ze mij ook met gezelschap, eten of drank.”   

Saint-of-Me-Klashorst-atelier-Phnom-Penh.
Saint-of-Me-Klashorst-atelier-Phnom-Penh.

Klashorst voelt zich duidelijk thuis in de Cambodjaanse hoofdstad, waar hij min of meer bij toeval is beland. “Ik pendelde eerst tussen mijn huizen en vrouwen in Azië en Afrika. Daarna woonde ik in Bangkok. Van mijn leven in Afrika was ik toen even genezen, daar werd het me te gevaarlijk. Ik werd steeds weer gearresteerd en zat dan in de bak terwijl de politie alles uit mijn huis stal. Hier in Azië is het toch wat normaler.

Aziaten zijn totaal niet  agressief. De Afrikanen in de slums wel, die vreten een witte jongen als ik op, zeker als ze geld aan iemand ruiken. Zo kwam ik dus in Bangkok terecht. Maar daar werd het me te duur en te braaf. Ik vond die welvaart eigenlijk een beetje saai.

Hier in Phnom Penh heb je een dorpse sfeer met een dikke rand van heftige armoede, corruptie en daarnaast ook extreme rijkdom.

Het ieder voor zich. Wat natuurlijk veel te maken heeft met de periode van de Khmer Rouge en de totale waanzin van zelfdestructie en broedermoord.

Van 1975 tot 1979 vergreep de communistische Khmer Rouge zich aan de Cambodjaanse bevolking in een naïef opgezette communistische revolutie. In luttele jaren joeg het regime van Pol Pot het land naar de afgrond, ten koste van miljoenen doden. Als symbool van het bloedvergieten heeft de huidige Cambodjaanse regering in samenwerking met UNESCO van de voormalige Tuol Sleng-S-21 gevangenis een museum gemaakt, dat nu een van de grote toeristische trekpleisters van Phnom Penh is.

Klashorst-in-Tuol-Sleng-S21-Phnom-Penh
Klashorst-in-Tuol-Sleng-S21-Phnom-Penh
Klashorst-in-Tuol-Sleng-S21-museum-Phnom-Penh-

Klashorst: “Als je het nuchter bekijkt is dat museum gewoon een vorm van exhibitionisme. Toch ben ik er tijdens een van mijn eerste bezoeken aan Cambodja maar eens gaan kijken. En toen realiseerde ik me dat het, zonder dat de Cambodjanen het zelf beseffen, ook een soort ´kunstinstallatie´ is, zoals je in Nederland in een modern museum ziet.

Het staat er vol met heftige foto’s en instrumenten van die haat en de onvoorstelbare menselijke destructie. De plek heeft Klashorst geïnspireerd tot de werken die hij in de voormalige gevangenis en martelwerkplaats nu gaat exposeren. “Ik maak een aantal doeken van twee bij anderhalf meter, ik ben ook bezig aan een groot standbeeld voor de 14.000 tot 20.000 slachtoffers van de Khmer Rouge uit de Tuol Sleng-S21 gevangenis en ik werk samen met UNESCO aan een gedenkplaats en monument voor de familieleden van de slachtoffers.

Op de sokkel komen de namen van alle slachtoffers te staan.” Voor de kunstenaar staat de geschiedenis van de Khmer Rouge niet op zichzelf. “Het is echt afschuwelijk wat ze daar in die gevangenis hebben uitgevreten. Maar ik beschouw die geschiedenis niet als een incident uit het verleden, zoals bijvoorbeeld de holocaust. Het is niet alsof dit soort geweld nu niet meer gebeurt. Er is altijd wel een, macht die zich vergrijpt aan de verschoppelingen,

Een politieke of militaire macht die uitbuit, vernederd en martelt. Als je even pech hebt om aan de verkeerde kant te zitten van de lijn. Kijk maar naar Irak, Afghanistan, Iran, Israël, enzovoort. Daarom is dit werk ook een actueel en een heel persoonlijk statement. Ik kom soms nog even in Nederland, en daar gaat het ook steeds meer die kant op. Het nummeren en opsluiten, registreren en fotograferen van totaal onschuldige mensen. Met als enige doel om ze daarna zo snel mogelijk te laten verdwijnen uit Nederland. Nederlandse repressie.

Klashorsts ogen schieten vuur nu hij een gevoelig onderwerp aansnijdt. “Het klinkt misschien als een zwaar aangezet statement, maar mijn eigen dochter zit nu wel vast in een hok, samen met haar moeder, met de deuren potdicht. Mijn familie zit nu in het Asielzoekerscentrum Ter Apel, in die afschuwelijke noordelijke koude woestijn van de Nederlandse repressie.


Zijn betoog wordt onderbroken door de ringtone van zijn mobieltje. “Wacht even, telefoontje. Ja? No baby, I am working now. No, working. I can not meet, no. I’m with a journalist working and then painting. Listen, I am no tourist o.k?. “

Peter-Klashorst-in-de-straten-van-Phnom-Penh
Peter-Klashorst-in-de-straten-van-Phnom-Penh

Diep in de nacht loop ik de trappen op naar Klashorsts atelier, gevestigd  in een grote etage met een  ruim opgezet dakterras. De straatverlichting werpt een zachtgele gloed over de zwoele tropische geurende, en altijd in beweging zijnde stad. Een licht verkoelende bries blaast door de nu verlaten straten.

Peter Klashorst is aan het werk, in het gezelschap van een nieuwe Cambodjaanse vriendin en model. Hij staart naar de grote doeken die verspreid langs de muur staan, en werkt steeds kortstondig gewapend met een spuitbus, aan verschillende doeken. Met dansachtige bewegingen brengt hij korte zwarte lijnen, snelle strepen en kleuraccenten op de doeken aan.

Klashorst-atelier-Phnom-Penh
Nacht schilderen in Cambodja
Klashorst-atelier-Phnom-Penh-portret
The Horror!

“Deze serie schilderijen van de gemartelde en vermoorde slachtoffers van de Khmer Rouge zijn op de authentieke historische foto’s geïnspireerd”, vertelt Klashorst, al schilderend.

“Morgen moeten we maar even naar de Tuol Sleng gevangenis gaan, dan zul je beter begrijpen wat ik bedoel en waar dit werk voor staat.”Tuol Sleng is de oude Tuol Svay Prey Hogeschool die in 1975 door de Rode Khmer werd overgenomen voor gebruik door de speciale veiligheidsdienst van Pol Pot.

Het gebouw werd door deze dienst gebruikt als gevangenis (S-21) en martelkamer. Hoeveel gevangenen er precies binnen deze muren hebben gezeten, is onbekend. Schattingen lopen uiteen van 14.000 tot 20.000 mensen.

Klashorst-atelier-Phnom-Penh-nacht

“Het is een verhaal dat eigenlijk al heel lang in me zit”, vertelt Klashorst terwijl we door de hol klinkende voormalige martelkamers lopen en halt houden bij de primitieve houten martelapparaten. “Als kind liep ik ook mee in de anti-Vietnamdemonstraties”.

“Toen ik dus eenmaal in Phnom Penh kwam, raakte die geschiedenis me heel sterk, waarschijnlijk omdat ik zelf in Afrika voor langere tijd zat opgesloten. Maar ook eigenlijk al vanuit het verleden van mijn vader die in een kamp zat in Polen, tijdens de oorlog. Die ouwe, inmiddels tweeënnegentig jaar oud, heeft allerlei kamp trauma’s waar hij nooit echt helemaal van los is gekomen. In dat opzicht was ik al van jongs af aan opgescheept met een zwijgend trauma binnen mijn familie.

En nu komt daar nog de Nederlandse context van die uitzettingscentra bij. Na mijn eerste bezoek aan de Tuol Sleng gevangenis rolden de tekeningen, schetsen en schilderijen eigenlijk vanzelf uit mijn kwast. Ik voel dat dit iets is dat ook diep in mij zit. Ik heb de originele foto’s, die hier gedeeltelijk aan de muur en in die vitrines tentoon zijn gesteld als uitgangspunt gebruikt.

Bij het museumpersoneel en directie kregen ze in de gaten dat ik er mee aan het werk was. Vervolgens werd ik benaderd door UNESCO. Om iets te mogen doen in het museum heb je natuurlijk toestemming nodig van de minister van cultuur of zo. Die is nu afgegeven, via de UNESCO, en nu ga ik hier op de bovenverdieping mijn werk exposeren. Rond de tijd van de tentoonstelling zijn er ook eindelijk de langverwachte uitspraken van het  Cambodjaanse oorlogstribunaal. Dat maakt het verwerkingsproces van de slachtoffers en de straffen voor de voormalige Khmer Rouge leiders en beulen zeer actueel.

Klashorst: “Maar een handjevol mensen heeft deze gevangenis ervaring overleefd, hooguit zes of zeven mensen. Zij en hun familieleden krijgen hier geen enkele aandacht, geestelijke hulp of financiële steun. Het leven gaat door en er sterven hier regelmatig nog grote groepen mensen, zoals onlangs op die brug over de Mekong rivier. Hup, driehonderd doden en plus gewonden. De volgend dag is alles weggeruimd. En gaat het leven weer door.

Ik werk nu nauw samen met een van de overlevenden, Choum Mey. Die man komt nog dagelijks in de S-21 gevangenis, iedere dag met zijn brommertje om twee uur. Hij is dus nooit echt vrij gekomen. Ik praat met hem en kom zo meer en meer te weten over die tijd, en het leven ten tijde van de Khmer Rouge.”

Klashorst is zich ervan bewust dat zijn Cambodjaanse werk bij sommigen scepsis zal oproepen. “Ik sta nog altijd bekend als die blote vrouwen schilder. Na duizenden schilderijen van allerlei naakte dames, die ook allemaal een persoonlijk verhaal hebben – en ik ga daar dan ook diep, letterlijk heel diep op in – kreeg ik daar eigenlijk wel genoeg van.

Na letterlijk duizenden van die verhalen en aansluitende, soms slopende affaires, word je daar heel moe van. Het voordeel bij het maken van deze portretten is dat die mensen dood zijn. In mijn atelier staan nu de doeken die min of meer af zijn, en staren die dode ogen mij aan. Ik voel daarbij wel een emotionele druk. Want wanneer ik iemand schilder dan word ik ook die persoon. Als iemand een zenuwtic heeft bijvoorbeeld, dan krijg ik die ook. Maf, niet?

Mijn manier van schilderen is geen –isme.  Ik ben helemaal los van die Amsterdamse kunstwereld.

Al jaren geleden  ben ik uit die incestueuze wereld gekropen. Dat komt volgens mij mijn werk alleen maar ten goede. Die scene heeft mij sowieso nooit geboeid, ik moest er  eigenlijk nooit iets van hebben. Of ik nu in het Stedelijk museum hing of ergens in een galerie in New York. Ik schilder liever onafhankelijk vanuit de jungle, the heart of darkness, om het zo maar eens te stellen.

Wat al die commerciële kunst types er van vinden, boeit mij niet. Een serie portretten als deze is qua stijl vast al eens eerder gedaan. Die met spuitbus gemaakte hersengolven voegen  er een abstract element  aan toe. Ik word één met de verf, de spuitbus en het doek, en transformeer  dan mee in het schilderij. Wanneer ik schilder zit ik soms, geestelijk compleet vast alsof ik in een van die kleine cellen die ze hier in de Tuol Sleng hebben.

Letterlijk voel ik de pijn en wanhoop die hier tussen deze muren heeft rond gewaard. Ik hoop dat de bezoekers dat straks ook zullen voelen, en dat de slachtoffers op een of andere manier weer tot leven zullen komen, snap je?”  Klashorst kijkt me vragend aan. 

“Dit  kunstproject is mijn bestemming geworden, zo voelt het. Hier heb ik eigenlijk mijn hele leven voor gewerkt.”

We lopen samen zwijgend door de zalen van het martelmuseum en willen net vertrekken als er een tropische stortbui losbarst. We vluchten snel terug naar een van de zalen van het museum. In een naargeestige hoek van de zaal staat een vitrine, volgestapeld met schedels die ons leeg aanstaren.

Lege bruine oogkassen en de doorboorde schedels van een vermoorde generatie kansloze Cambodjanen. Terwijl ik huiver, en een rilling van afschuw onderdruk, is Klashorst via zijn mobieltje alweer in gesprek met een van zijn nog springlevende modellen. “Yes! What baby? you need phone, again why? I gave you one yesterday, you lost it … o.k. we talk later, I am busy now, yes working,  no boom boom. not with her, no, no working with Holland journalist,  o.k !”

Painter Peter Klashorst in Phnom Penh
Portret Peter Klashorst in Phnom Penh 2014