Call TheONE
Menu

Jan Cremer; Het echte verhaal en prachtige portretten van de schrijver en kunstenaar

Hij, Jan Cremer, kunstschilder en schrijver van de onverbiddelijke Nederlandse bestseller ‘Ik Jan Cremer’ uit 1964 heeft nog altijd een strak en stoer verhaal.

Jan Cremer, het icoon van de jaren zestig. De sensatie van toen, de legende van nu. Klinkhamer bezocht de schrijvende kunstenaar en niet te vergeten oud-redactielid van ‘De Haagsche Post’ (1963) in zijn Italiaanse domicilie. Een gesprek over zijn werk en leven, de maagd Maria, zijn eeuwige onrust en zijn  weinige “regrets.”                                                                                                                                  

Jan Cremer op een Harley Davidson
Jan-Cremer-rebel-jaren

Jan Cremer was de eerste schrijver die in de Nederlandse literatuur een verpletterende, onverbloemde indruk achterliet over oorlog, rebellie, sex, vrouwen, humor, reizen en het harde leven als eenmans guerrilla.

Hij, verkocht meer dan 12 miljoen boeken, over de hele wereld. Deed ‘het’ onder meer met filmster Jayne Mansfield, en met Velvet Underground-zangeres Nico en met de genadeloze vrouw uit zijn dromen, de Magic Nana (MK: Jan Cremer, tweede boek, 1966).

Jan Cremer, is nu tachtig jaar. Nog altijd rusteloos, stoer en bovenal helemaal zichzelf.

Jan-Cremer-kunstenaar

Tussen de schuifelende marktbezoekers, boeren en Italiaanse schonen in bontjas, loopt Jan Cremer breedgeschouderd, ferme tred, hier en daar ontspannen handenschuddend met enkele dorpsbewoners.

Samen met Babette, zijn blonde vrouw en een voormalig topfotomodel, lopen ze het terras van Café des Arts op. Ze zijn een opvallende verschijning tussen de kleine, Italiaanse bergdorp bewoners.

Jan Cremer is dol op Ruïnes in Italië

“Hier in Umbrië leven we het grootste deel van de zomer”, vertelt Jan Cremer. “De ligging is perfect in de driehoek Lazio, Toscane en Umbrië. We wonen op een stuk land van veertien hectare. Op dit oude Etruskische landschap bouwen we rustig aan ons huis en atelier.

We kwamen hier terecht via een bevriende galeriehouder. Ik hou van keihard werken, maar het komt erop neer dat restaureren vakwerk is. Wat ik na een dag ploeteren opbouw, breken die lokale vaklieden dan weer af en doen het dan precies zoals het hier al eeuwenlang gaat. We wonen hier nu twaalf jaar.

Alles staat strak en is bijna klaar. Er staan 247 olijfbomen op ons land. De olijfolie oogst is net binnen en gisteren heb ik nog de hele dag olie staan persen. Het mooie boerenleven hier, wissel ik af met het drukke bestaan van schilderen en schrijven in Parijs, Amsterdam en New York. In Parijs heb ik mijn schrijfhok; hier mijn schildersatelier.”

Cremer zegt dat kunstenaars werken met hun oergevoel

“Schrijven doe ik in mijn Parijse atelier dat ooit toebehoorde aan de beeldhouwer-kunstschilder Amadeo Modigliani. Iedere traptrede en scheur in dat huis ademt de sfeer uit van de grote kunstenaars uit het verleden: Picasso, Soutine, Camille Claudel, Modigliani en nu van Cremer.

Mijn laatste boek ‘Cremer 3’ (2008) is grotendeels daar geschreven; getypt op mijn typemachine, de Triumph Gabrielle. Er zijn zes van die typemachines in mijn bezit en ze staan op verschillende plaatsen op de wereld. Dan kan ik overal werken met hetzelfde lettertype.

Waarom ik niet met een tekstverwerker wil werken heeft te maken met mijn theorie en oergevoel. Iedere letter moet definitief in het maagdelijke papier worden gehamerd. Ik heb ook niks met computers, Twitter of Facebook, en zo.”

Zo ontstond het woeste beest, de barbarist, de legende Cremer

“Daar in Montparnasse, in diezelfde Parijse buurt, bij de rue Santeuil heb ik ooit het echte kunst schildersvak geleerd.” Cremer hield op jonge leeftijd experimentele ‘Peinture Barbarisme’-exposities in Den Haag rond 1957-1959. Hij leefde toen al voor de kunst en de publiciteit. Snel werd hij bekend als de barbarist, het ‘woeste beest’ en liet met schitterend woest en wild schilderwerk zijn talent spreken.

Begeleid met forse uitspraken in kranten: “Rembrandt, wie is dat? Ik heb geen verstand van sport!” en “Ik sodemieter verf op een doek, ik druip, ik spat, ik sla, ik schop, ik vecht met verf. Soms win ik.”.

Juist door die uitspraken bewerkstelligde Cremer snel landelijke bekendheid. Voor zijn barbaristische kunstwerk ‘La guerre Japonaise’ vraagt hij in 1959 het destijds astronomische bedrag van één miljoen gulden (€ 440.000). Een bedrag dat in die tijd insloeg als een bom.

Het doek is er nog”, vertelt Cremer, “Het staat nu in mijn opslag en gaat naar het Jan Cremer Museum in Enschede. Ik wilde het toen eigenlijk niet verkopen; ook nu nog niet.”

Jan-Cremer-1958

Ik Jan Cremer, belichaming van de antichrist

“Na het verschijnen van mijn debuutroman in 1964 ‘Ik Jan Cremer’ was ik opeens rijk en beroemd. Voor die tijd was ik straatarm en leefde van de zon en de wind op het nog onbekende eiland Ibiza. Daar ben ik toen serieus en in het geheim gaan werken aan mijn boek.

Ook schilderde en exposeerde ik ook op het eiland en had veel succes. Bij terugkomst in Nederland is uiteindelijk door uitgeverij De Bezige Bij ‘Ik Jan Cremer’ gepubliceerd. Het resultaat is bekend. Echt rooskleurig was dat allemaal niet.

Voor keurig Nederland was ik een soort belichaming van de antichrist; en stond qua imago gelijk aan de toen even rebelse en als smerig bekend staande Rolling Stones. Constant werd ik nagekeken, uitgescholden en geweigerd in restaurants. Zelfs het huis van mijn moeder in Enschede werd s’nachts beklad en in brand gestoken.

Hield het snel voor gezien en emigreerde naar Amerika waar ik nog gewoon over straat kon lopen.” In New York schrijft hij ‘Ik Jan Cremer, tweede boek’ en een soft porno en tieten boek ‘Made in the USA’. Binnen twee jaar is Cremer ook in Amerika uitgegeven en ondanks de, naar eigen zeggen, slechte vertaling, een absoluut fenomeen.

Plotsklaps wereldberoemd staat hij op vierentwintigjarige leeftijd als eerste en enige Nederlander met zijn boeken in de top van de Amerikaanse bestseller lijst. Cremer woont vervolgens jarenlang in het legendarische ‘Chelsea Hotel’ en heeft daar ook zijn atelier (Cremer 3).                      

         

Jan Cremer cultheld in Nederland
Ik-Jan-Cremer-boek-omslag
Jan-Cremer-on-Harley-Davidson in Amsterdam

Elf jaar van bloed zweet en tranen voor Jan Cremer

“We wonen nu in Italië omdat deze plek voldoet aan mijn eisen op het gebied van centrale ligging en bereikbaarheid. Het had ook ergens anders hoger op een berg in een kouder en onherbergzaam gebied kunnen zijn. Liever nog eigenlijk! Ik hou van de kou, van regen, storm en donkerte.

Maar ik krijg mijn geliefde vrouw Babette niet meer die kou in. Ze heeft al genoeg offers moeten brengen op dat gebied tijdens mijn werk aan mijn boek ‘De Hunnen’. Geschreven in het Twents-Duits grensgebied bij Ootmarsum tussen troosteloze akkers en Saksische grafheuvels.”

 ”De Hunnen heeft uiteindelijk meer dan elf jaar geduurd. Vier jaar van minutieuze voorbereiding en wereldwijd archief-onderzoek. Zeven jaar schrijven. Elf jaar van bloed, zweet en tranen. ‘De Hunnen’ is mijn magnus opus. Een journalistieke oorlogstrilogie van meer dan 1500 pagina’s, gebaseerd op historische feiten.”

Geloofd Jan Cremer in god?

Jan Cremer stelt na enkele koppen koffie voor om met mij het kerkje tegenover het terras te bezoeken en de lokale muurschilderingen te bewonderen. Het lijkt mij een erg goed plan.

Heeft Jan Cremer misschien ergens enig gevoel van schuld en boete? Hij was immers ooit de vleesgeworden antichrist en kunstvijand nummer 1. Benieuwd naar de diepere religieuze gevoelens van Jan Cremer wandelen we de eeuwenoude kerk binnen.

Jan-Cremer-kerk-maria

Met opvallend respect en geruisloze stappen loopt hij door het kerkje. Cremer slaat een kruisje bij het oversteken van het middenpad in de kerk. Het altaar, prachtig versierd, bekijkt hij met bewondering en een lichte glimlach.

“Ik kom uit een Hongaarse gegoede katholieke familie. Maria is daar een heilige, ook mijn heilige. Onze olijfolie heet ook ‘Santa Maria-Vergine delle Olive. Ons huis staat in de buurt van het dorpje Santa Maria. Dat is een bewuste keuze geweest. Ben niet gelovig, wél gottglaubich zoals dat in Duitsland genoemd wordt. Ik geloof in een hogere macht.” Goedgelovig? versta ik. “Wat?”, vraagt Cremer, “Nee, niet goedgelovig, dat ben ik zéker niet.”

We lachen nog wat op ingehouden toon net als ondeugende koorknaapjes tijdens de mis. Op gedempte fluistertoon vertelt Cremer verder dat hij altijd, maar dan ook altijd een Mariabeeldje als kleine talisman in zijn broekzak heeft zitten. “Anders ga ik de straat niet op. Ik geloof in een hogere macht. Maria is mijn heilige. Dat vind ik ook een mooi beeld, het Mariabeeld. Kerstfeest vier ik nooit. Ik heb het niet zo op de kerstdagen.” (Zie de nouvelle ‘Sneeuw’ uit 1976.)

Keiharde vernedering

Mijn moeder was opgegroeid met haar Hongaarse familie en met de kerk, maar in Holland waren wij zogenaamd Hongaars-Katholiek. Dat betekende uitslapen ‘op zondag’”, grinnikt Cremer. “Moeder en ik werden in de kerk van Enschede gemist. Na de oorlog waren we eensklaps dakloos en straatarm.

Soms kwam de pastoor aan de deur vragen waarom we niet naar de kerk kwamen. Daar was mijn moeder niet van gediend. Ze zei als je de priesters wilt verjagen moet je ze om geld vragen. Dat deed ze. Daarna hebben we die schijnheiligen nooit meer gezien.

Mijn moeder was een donkerharige schoonheid, in welvaart grootgebracht. Voor mijn moeder was het leven in Holland een grote vergissing en een keiharde vernedering. Ik ben door haar ook altijd voorgehouden om zo snel mogelijk weg te komen uit Enschede.

Op mijn veertiende vluchtte ik al naar Parijs en op de eerste werkdag na mijn l6de verjaardag ging ik bij de mariniers. Ik heb er sindsdien nooit meer een nacht geslapen.” Er valt een diepe stilte. Cremer kijkt me strak aan met zijn ijsblauwe ogen. 

De relaties en verloren liefdes van Jan Cremer

 “Ik heb door mijn karakter en mijn onrust veel grote liefdes rucksichtlos achtergelaten. Er zaten veel lieve en goeie meiden bij. Ik heb daar dan ook wel verdriet van gehad en ben daar nu op latere leeftijd niet trots op. Dat had ik soms ook anders kunnen doen. Spijt, dat klinkt wel zwaar. Het Engelse woord regret is beter”, zegt Cremer in een poging om het privé-onderwerp te verlichten.

 “Achteraf ben ik die vrouw gaan haten die mijn Amerikaanse dochter heeft afgenomen. Haar moeder stond aan de top in de New Yorkse balletwereld. Een prima ballerina oorspronkelijk uit België.” Die ellende heeft me drie jaar van mijn leven gekost. en dat vergeef ik haar nooit. Maar ja, zo hard is het leven.”

De biecht is daarbij afgenomen, we kijken nog naar de fresco’s en religieuze schilderijen van Pietro Perugino. “Prachtig! Heerlijk om hier te kijken en te genieten”, fluistert de voormalige kunstbarbaar zachtjes.

We verlaten de kerk en lopen de zonnige materiële wereld weer in. Ik vraag Cremer naar zijn mening over de huidige situatie in de wereld zijn mening over de dreiging van directe armoede in Europa.

Cremer: “De crisis en de eventuele armoede zijn misschien wel goed om het kaf van het koren te scheiden.

Ik heb in kindertehuizen gezeten. Mijn moeder kon door geldgebrek niet voor mij zorgen. Ik ken armoede, echte armoede: halfje brood, beetje kaas… En dat voor de hele week. En alleen op zaterdagavond kon de kachel aan. Echte armoede! Ik voel me helemaal thuis met armoede.

“Het enige waar ik me zorgen over maak bij deze crisis, zegt Cremer lachend, dat ze die mij die weer in de schoenen schuiven. Dat ik het weer gedaan heb! Stel dat er op een gegeven moment geen geld meer bij de bank is, dan kan ik onze olijfolie ruilen voor brood, meel en wijn”.

We ruilen ruil onze olie nu al in Parijs, Basel, Berlijn en Antwerpen bij bevriende restaurateurs en dat wordt verrekend met overnachtingen en diners. Dat deden we vroeger ook al, ‘barteren’ met schilderijen voor eten en onderdak.

Voor politiek heb ik totaal geen interesse, lees de internationale kranten en bekijk de cultuur pagina’s. Ik lees veel liever historische boeken en reisverhalen. Bijna geen romans. Veel auteurs willen van die ‘te mooie’ zinnen schrijven. Ik heb daar geen geduld voor en ga puur voor inhoud, kennis en informatie. Over zaken die mij bezig houden.

Jan Cremer wil weer theater maken

Wat ik mij wel eens afvraag waarom ik niet gevraagd wordt om een nieuw toneelstuk te schrijven. Ik ben een theater mens en heb veel theaterstukken geschreven. Met veel succes. In Nederland, België en Duitsland heeft dat volle zalen getrokken. Het is allemaal zo’n ingeslapen zooitje in Holland op cultureel gebied. Ook op het gebied van de Nederlandse literatuur.

Het is allemaal slappe, onleesbare, krampachtige ziekenfonds literatuur.

Met de beste wil kan ik dat echt niet lezen! Het gaat vooral over allerlei enge ziektes en zo. De enige Nederlandse schrijver die ik graag blijf volgen, is Jan Brokken. Ik heb hem weleens de Nederlandse Graham Greene genoemd; die mag ik wel graag lezen.

Verder is de Nederlandse literatuur voor mij niet interessant: te zielig, krampachtig en saai. Ze gooien elkaar letterlijk dood met allerlei prijzen. Het zal ook verder nooit wat worden in de wereldliteratuur. Ik beschouw mijzelf ook niet als een Nederlandse schrijver.

Ik beschouw mijzelf als Duits-Angelsaksisch wat betreft schrijfstijl. Niemand kan zich met mij vergelijken in Nederland. Ik zit meer in de hoek van Kurt Malaparte van het boek ‘Kaputt’ of Ruth Scurr’s ‘Fatale Zuiverheid’. In de New York Times werd ik vergeleken met Maksim Gorky, Jean Genet, Henry Miller en Louis-Ferdinand Celine.” 

‘Ik moet nog steeds beginnen’

Jan-Cremer-Dutch-painter

De ochtend is om, en we rijden naar zijn huis annex atelier tussen de, olijfboomgaarden voor een uitgebreide lunch. Korenvelden staan nu leeg en de wijngaarden zijn aan het vergelen. We slaan af bij een onverharde weg en zigzaggen verder over rotswegen.

Bij aankomst is het uitzicht over het landgoed prachtig en de volledige stilte op het land is indrukwekkend. Cremer: “Dit is eigenlijk mijn eerste huis dat ik heb gebouwd, maar ik ben hier niet gebonden. Ik ben een opgejaagd dier, zeg maar een vos. Ik denk nog altijd: Morgen moet ik beginnen.

Ik ben nu tachtig jaar en ik moet nog steeds beginnen. Mijn laatste boek of schilderij is goed, maar morgen doe ik het nog beter.” We lopen door het ruim opgezette schildersatelier. Cremer laat een serie reusachtige doeken zien die voor het Jan Cremer Museum bedoeld zijn.

Sommige zijn nog niet af; de bijzondere geur van verse verf hangt in de ruimte. “Dat ruik ik na een halve eeuw niet meer”, zegt Cremer.” In het atelier spreekt hij vrijuit over zijn kunst zonder cynisme, achterdocht of pogingen om publicitair te choqueren.

Iets wat jaren geleden een vast ritueel was en journalisten tot wanhoop dreef en de natie met sappige quotes en oneliners in verwarring bracht.

Een schilderij is nooit of mooi of lelijk

“Wat voor mij belangrijk is, is niet of Willen de Kooning of Karel Appel of wie dan ook hoger op de kunst ladder staan. Ik heb hierover een theorie. Ik ben academisch gevormd en ik heb enorme materiaalkennis. Dat vind ik heel belangrijk.

Al jonge schilder in Parijs leerde ik hoe kunstschilders hun eigen verf maakten met olie en pigmenten. Ook realiseerde ik me dat iedereen die een beetje met een kwast kan rommelen een mooi schilderijtje kan maken. Dat is voor mij helemaal niet moeilijk. Zó mooi kan ik schilderen dat de tranen van schoonheid over je wangen zullen stromen!

Ik draai juist moedwillig die cultuur de gevoelige nek om! Door de traditionele waarden drastisch om te keren, bereik ik wat ik wil. Dat deed ik al in 1959 en nog steeds. “Schilderen is de kunsthistorie vernietigen” Een mooi-lelijk-schilderij maken is moeilijker en dat is juist voor mij belangrijk. Mensen moeten schrikken en versteld staan.

Ook nu nog anno 2021 roepen ze bij zogenaamd gerenommeerde moderne kunstgaleries “Het is wel erg wild wat je maakt. Dat durven wij  zo niet te exposeren.” Ik ben de cultuur altijd een paar stappen voor geweest. Iedereen was in de jaren zestig bezig met abstract expressionisme.

Ik werkte al in 1964 aan de schilderijen met koeien, de Hollandse landschappen en de beroemde tulpen die ik schilderde in New York. Ik was en ben iedereen altijd ver vooruit. Geen grootspraak, maar een feit.”Heb je toch niet het idee dat je schrijfwerk je schilderwerk heeft geremd?”, vraag ik. “Nee hoor, ik kan gewoon niet anders.

Als er ook maar één moment of ingeving was geweest dat me had doen beslissen om, óf alleen maar te schrijven, óf alleen nog te schilderen dan had ik het gedaan. Gelukkig, of helaas, dat weet ik niet, doe ik het beide. Ik kón en kán niet anders.

Jan Cremer de kunstenaar en schrijver blijft altijd op zoek naar iets nieuws

Ik kijk trouwens vrijwel nooit terug maar altijd voorruit. Recht zo die gaat. Ben nog volgeboekt tot 2040.”

Jan Cremer portrait 2012

Cremer kijkt in de ondergaande zon. Er bekruipt mij een gevoel alsof de eenzame volksheld uit mijn jeugd een tevreden mens is. Cremer: Tevredenheid staat niet in mijn woordenboek. Is niet mijn streven.

Ben in feite altijd op zoek, volg mijn gevoel en ga sowieso mijn eigen gang. Je bent dan vóór mij of tegen mij. Daar is mijn hele bestaan op gebaseerd. Daar teer ik op en daar prijs ik me zelfs gelukkig mee. Er komen dagelijks stapels uitnodigingen en aanvragen binnen voor van alles, maar aannemen doe ik er hoogstens eentje.

Dat ik dit interview doe is een uitzondering. Ik ben geen figuur voor society. Ik ben een eenling en hoor nergens bij. Er is wat mij betreft ook totaal geen verschil tussen hoe ik daar vroeger mee omging en nu.

“Zelfs dit interview, nu of vroeger, mijn antwoorden zijn hetzelfde. Behalve misschien dit: het vervelende van ouder worden is dat je wat milder wordt.” – Jan Cremer.

Marilyn Monroe en de magie van fotograaf Milton Greene.

Monroe’s schoonheid is tijdloos. Haar prachtige lach en onweerstaanbare schoonheid vastgelegd op duizenden foto’s zijn nog altijd, als je er even op let, over de hele wereld te zien. 
5 augustus 1962, nu precies achtenvijftig jaar na haar tragische dood laten unieke foto’s van fotograaf Milton Greene de weerslag van hun vriendschap en liefde voor de camera zien. Een eerbetoon aan Norma Jeane (Los Angeles 5 augustus 1962) en fotograaf Milton Greene.

Michael Klinkhamer ontdekte bij toeval zeer bijzondere foto’s van Monroe en Milton Greene en raakte gefascineerd. Vooral de vrij onbekende “The Black Sitting” uit 1956 viel op door de ongepolijste studio sfeer. Michael sprak naar aanleiding hiervan met Joshua Greene, de zoon van Milton Greene, in die begin jaren dé favoriete fotograaf van Marilyn Monroe.     

Tekst Michael Klinkhamer Fotografie Monroe images by Milton H. Greene ©2011 Joshua Greene/ Monroe 

Nog voordat Monroe in 1956 trouwde met Arthur Miller, woonde ze enige tijd bij Milton en zijn jonge gezin in. Zij was daarbij ook regelmatig de babysit van Joshua. “Ik weet het nog goed”, vertelt de nu 54-jarige Joshua. “Ze deed mij vaak in een schuimbadje en met haar op bed knuffelen was heel gewoon. Ik was zelf ook vaak model voor mijn vader en speelde tussen de camera statieven en achtergrondrollen met allerlei beroemdheden, zoals Grace Kelly, Judy Garland, en natuurlijk Marilyn Monroe. We hielden veel van haar.”
Na het huwelijk met Arthur Miller was de samenwerking tussen Monroe en Greene snel voorbij, omdat Miller buitengewoon jaloers was op Greene. Marilyn betreurde die breuk. Tijdens de verfilming van haar allerlaatste film, The Misfits (1961), riep ze boos tegen Miller: “Je hebt me mijn enige echte vriend afgenomen.


Milton H. Greene (March 14, 1922 in  New York City – August 8, 1985 in Los Angeles) was a fashion and celebrity photographer. He was active for over four decades. He is best known for the photo shoots he did with Marilyn Monroe.

De laatste jaren zijn er regelmatig nieuwe, unieke foto’s van Marilyn Monroe boven water gekomen. De bekendste werden in 1985 gevonden door Joshua Greene, in het archief van zijn in dat jaar overleden vader, de fotograaf Milton Greene.

Door middel van digitale remaster technieken wist de zoon de bijna vergane negatieven en dia’s te restaureren.Ondertussen woedde er al jarenlang een felle juridische strijd om het copyright op de foto’s van Monroe. Op 17 maart 2008 deed een rechtbank in Californië de bevrijdende uitspraak: de rechten op al het beeld dat van de blonde vedette is geschoten, werden weer toegekend aan de erfgenamen van de toenmalige fotografen. Michael sprak Joshua Greene en vroegen hem naar het fotografie verleden van zijn vader en het gesteggel over de copyrights.                                                                
Joshua Greene: “Mijn vader ontmoette Marilyn in 1953, tijdens een fotoshoot voor het blad Look. Bij die eerste ontmoeting kon ze haar verbazing over Miltons jeugdigheid niet onderdrukken. ‘You’re only just a boy!’, riep ze uit, waarop mijn vader antwoordde: ‘Yes, and you’re just like a girl.’ Hiermee was het ijs gebroken. In de jaren daarna ontstond een nauwe en unieke samenwerking tussen Marilyn en mijn vader.”

In September 1954 maakte Milton in opdracht van LOOK magazine een fotoserie van een opkomende actrice, genaamd Marilyn Monroe. Deze foto, die een zeer frisse en aantrekkelijke Marilyn Monroe laat zien, is voor het eerst gepubliceerd in 1999. Fotografie: Milton Greene.

Milton en Marilyn werkten veel samen voor vrijwel alle bekende bladen uit die tijd. Greene werd Monroe’s favoriete fotograaf – hij maakte meer dan vijfduizend foto’s van haar – en een echte vriend. Uiteindelijk vormden ze samen in 1954 een eigen filmproductiemaatschappij. Gezamenlijk produceerden zij onder meer de films Bus Stop en The Prince and the Show Girl

Dit portret is uit 1955, gemaakt in New York, net voordat Milton en Marilyn, hun eigen filmproductiemaatschappij oprichten. Marilyn in een zeer chique witte bontjas, nu politiek incorrect, maar in de jaren ’50, supervrouwelijk en luxueus. Deze foto is uniek en pas in 1995 voor het eerst gepubliceerd op de cover van ‘Milton’s Marilyn’


Onschuldige jaren

Nog voordat Monroe in 1956 trouwde met Arthur Miller, woonde ze enige tijd bij Milton en zijn jonge gezin. Zij was daarbij ook regelmatig de babysit van Joshua. “Ik weet het nog goed”, vertelt de nu 54-jarige Joshua. “Ze deed mij vaak in een schuimbadje en met haar op bed knuffelen was heel gewoon. Ik was zelf ook vaak model voor mijn vader en speelde tussen de camera statieven en achtergrondrollen met allerlei beroemdheden, zoals Grace Kelly, Judy Garland, en natuurlijk Marilyn Monroe. We hielden veel van haar.”Na het huwelijk met Arthur Miller was de samenwerking tussen Monroe en Greene snel voorbij, omdat Miller buitengewoon jaloers was op Greene. Marilyn betreurde de breuk. Tijdens de verfilming van haar allerlaatste film, The Misfits (1961), riep ze boos tegen Miller: “Je hebt me mijn enige echte vriend afgenomen.”

Deze foto, uit de ‘Ballerina-serie’ is een van de meest gevraagde en bekendere foto’s van Milton & Marilyn. Uit 1954 gemaakt in de New Yorkse studio, van Milton. De styliste bracht verschillende kledingstukken mee voor de sessie, maar die bleken twee maten te klein te zijn. Vandaar Monroe’s speelse houding en blik, om de slecht passende jurk te camoufleren. 

Marilyn Monroe, in 1955, speels en ontspannen, ontdaan van glamour en make-up. Eindelijk helemaal zichzelf. 

Het was in periode van 1953 tot ’57 dat Greene zijn mooiste foto’s van Monroe maakte. Dat was niet alleen zijn eigen verdienste, maar ook die van Monroe, die heel goed wist dat de camera van haar hield en wat ze daarmee kon bereiken.Het was vaak Marilyn zelf die zei: “Let’s make Marilyn.” Op een bijzondere en vaak ongedwongen manier legde Greene haar aantrekkingskracht en ambitie vast, en ook haar bekende sombere buien. Maar de meeste foto’s stralen vooral de vrolijkheid en vitaliteit van Monroe uit. Marilyn bedacht vaak, in nauwe samenwerking met Greene, eigen sittings en malle ideeën voor nieuwe fotosessies. Zo ontstond in New York de tijdloze serie The Black Sitting, waarmee Greene en Monroe wilden afstappen van de mierzoete braafheid uit Hollywood en meer een arty stijl nastreefden. 

Gefotografeerd in Milton’s studio, in 1956. De ‘Black Sitting’ serie is het ultieme resultaat van de samenwerking tussen Milton en Monroe. Ondanks de sexy fishnet-kousen en de provocatieve poses die Marilyn aanneemt, blijft de onschuldige sfeer van een klein meisje dat zich verkleedt bestaan. Vooral de rauwe zwart wit sfeer en de grafische vorm in de foto’s blijven intrigeren. Fotografie: Milton Greene.


Duizenden andere foto’s en negatieven van Milton Greene lagen jarenlang in archiefkasten in vochtige kelders te vergaan, totdat Joshua Green de waarde, zowel historisch als financieel, van zijn erfdeel ontdekte. Hij besloot om het unieke werk van zijn overleden vader digitaal te restaureren, exposeren en publiceren. Er was echter één groot probleem: de copyrights.

Rechtsstrijd

Bij haar dood op 5 augustus 1962 liet Marilyn Monroe geen testament, familie of erfgenamen na. Haar volledige nalatenschap ging naar Lee Strasberg, haar toenmalige acting coach. Daardoor verdienden Strasberg en zijn erfgenamen gedurende de afgelopen 49 jaar honderden miljoenen dollars aan alles wat te maken had met de beeltenis van Marilyn Monroe. Een percentage van de opbrengst gunden zij aan (de erven van) Greene en bekende Monroe Fotografen als Tom Kelley en Harold Lloyd. De ‘dode beroemdheden wet’De gouverneur van Californië, Arnold Schwarzenegger, tekende in 2007 de Senate Bill No. 771, gekscherend de ‘dode beroemdheden wet’ genoemd. Deze regelt dat ook de beeldrechten van overleden beroemdheden aan derden kunnen toekomen. De Strasbergs voelden zich hierdoor nog steviger in de schoenen staan en eigenden zich, inhalig, nu bijna de volledige opbrengst van de exploitatie van de beeltenissen toe. Dat ging Joshua te ver, hij stapte naar de rechter. “Stel dat je vader een beroemd muziekstuk heeft geschreven en jaren later gaan anderen daarmee aan de haal. Vervolgens verdienen ze er miljoenen aan, simpelweg door de rechten compleet in bezit te nemen. Sorry hoor, maar dat kon ik niet laten gebeuren.”Om de gemaakte winsten aan de Californische belastingen te onttrekken, voerden de Strasbergs al die tijd aan dat Marilyn Monroe tijdens haar overlijden een ingezetene was van de staat New York. Rechter Margret M. Morrow maakte een einde aan die strategie: op 17 maart 2008 besloot zij dat Strasberg de beeldrechten op Monroe materiaal ten onrechte heeft geclaimd. Op de dag dat Marilyn Monroe stierf, 5 augustus 1962, was zij geen ingezetene van Californië, maar van de staat New York. Daarmee is de ‘dode beroemdheden wet’, die alleen in Californië telt, niet toepasbaar op de claim van Strasberg. Want had Strasberg niet zelf bij de belastingdienst aangevoerd dat Marilyn Monroe een ingezetene was van New York? Bovendien is de nieuwe wet niet toepasbaar op beroemdheden die voor 1985 zijn overleden. De copyrights van de foto’s gingen definitief terug naar de fotografen. Case closed.

Foto voor LIFE Magazine. Uit deze sessie ontstond een aantal zeer beroemde Marilyn foto’s. ‘The Red Sitting’ laat een vorm van speelse erotiek zien die kenmerkend was voor hun samenwerking. Deze sessie uit 1957, in die simpele rode jurk, bleek de laatste te zijn van de bijzondere samenwerking. Fotografie: Milton Greene.