Call TheONE
Menu

Jan Cremer; Het echte verhaal en prachtige portretten van de schrijver en kunstenaar

Hij, Jan Cremer, kunstschilder en schrijver van de onverbiddelijke Nederlandse bestseller ‘Ik Jan Cremer’ uit 1964 heeft nog altijd een strak en stoer verhaal.

Jan Cremer, het icoon van de jaren zestig. De sensatie van toen, de legende van nu. Klinkhamer bezocht de schrijvende kunstenaar en niet te vergeten oud-redactielid van ‘De Haagsche Post’ (1963) in zijn Italiaanse domicilie. Een gesprek over zijn werk en leven, de maagd Maria, zijn eeuwige onrust en zijn  weinige “regrets.”                                                                                                                                  

Jan Cremer op een Harley Davidson
Jan-Cremer-rebel-jaren

Jan Cremer was de eerste schrijver die in de Nederlandse literatuur een verpletterende, onverbloemde indruk achterliet over oorlog, rebellie, sex, vrouwen, humor, reizen en het harde leven als eenmans guerrilla.

Hij, verkocht meer dan 12 miljoen boeken, over de hele wereld. Deed ‘het’ onder meer met filmster Jayne Mansfield, en met Velvet Underground-zangeres Nico en met de genadeloze vrouw uit zijn dromen, de Magic Nana (MK: Jan Cremer, tweede boek, 1966).

Jan Cremer, is nu tachtig jaar. Nog altijd rusteloos, stoer en bovenal helemaal zichzelf.

Jan-Cremer-kunstenaar

Tussen de schuifelende marktbezoekers, boeren en Italiaanse schonen in bontjas, loopt Jan Cremer breedgeschouderd, ferme tred, hier en daar ontspannen handenschuddend met enkele dorpsbewoners.

Samen met Babette, zijn blonde vrouw en een voormalig topfotomodel, lopen ze het terras van Café des Arts op. Ze zijn een opvallende verschijning tussen de kleine, Italiaanse bergdorp bewoners.

Jan Cremer is dol op Ruïnes in Italië

“Hier in Umbrië leven we het grootste deel van de zomer”, vertelt Jan Cremer. “De ligging is perfect in de driehoek Lazio, Toscane en Umbrië. We wonen op een stuk land van veertien hectare. Op dit oude Etruskische landschap bouwen we rustig aan ons huis en atelier.

We kwamen hier terecht via een bevriende galeriehouder. Ik hou van keihard werken, maar het komt erop neer dat restaureren vakwerk is. Wat ik na een dag ploeteren opbouw, breken die lokale vaklieden dan weer af en doen het dan precies zoals het hier al eeuwenlang gaat. We wonen hier nu twaalf jaar.

Alles staat strak en is bijna klaar. Er staan 247 olijfbomen op ons land. De olijfolie oogst is net binnen en gisteren heb ik nog de hele dag olie staan persen. Het mooie boerenleven hier, wissel ik af met het drukke bestaan van schilderen en schrijven in Parijs, Amsterdam en New York. In Parijs heb ik mijn schrijfhok; hier mijn schildersatelier.”

Cremer zegt dat kunstenaars werken met hun oergevoel

“Schrijven doe ik in mijn Parijse atelier dat ooit toebehoorde aan de beeldhouwer-kunstschilder Amadeo Modigliani. Iedere traptrede en scheur in dat huis ademt de sfeer uit van de grote kunstenaars uit het verleden: Picasso, Soutine, Camille Claudel, Modigliani en nu van Cremer.

Mijn laatste boek ‘Cremer 3’ (2008) is grotendeels daar geschreven; getypt op mijn typemachine, de Triumph Gabrielle. Er zijn zes van die typemachines in mijn bezit en ze staan op verschillende plaatsen op de wereld. Dan kan ik overal werken met hetzelfde lettertype.

Waarom ik niet met een tekstverwerker wil werken heeft te maken met mijn theorie en oergevoel. Iedere letter moet definitief in het maagdelijke papier worden gehamerd. Ik heb ook niks met computers, Twitter of Facebook, en zo.”

Zo ontstond het woeste beest, de barbarist, de legende Cremer

“Daar in Montparnasse, in diezelfde Parijse buurt, bij de rue Santeuil heb ik ooit het echte kunst schildersvak geleerd.” Cremer hield op jonge leeftijd experimentele ‘Peinture Barbarisme’-exposities in Den Haag rond 1957-1959. Hij leefde toen al voor de kunst en de publiciteit. Snel werd hij bekend als de barbarist, het ‘woeste beest’ en liet met schitterend woest en wild schilderwerk zijn talent spreken.

Begeleid met forse uitspraken in kranten: “Rembrandt, wie is dat? Ik heb geen verstand van sport!” en “Ik sodemieter verf op een doek, ik druip, ik spat, ik sla, ik schop, ik vecht met verf. Soms win ik.”.

Juist door die uitspraken bewerkstelligde Cremer snel landelijke bekendheid. Voor zijn barbaristische kunstwerk ‘La guerre Japonaise’ vraagt hij in 1959 het destijds astronomische bedrag van één miljoen gulden (€ 440.000). Een bedrag dat in die tijd insloeg als een bom.

Het doek is er nog”, vertelt Cremer, “Het staat nu in mijn opslag en gaat naar het Jan Cremer Museum in Enschede. Ik wilde het toen eigenlijk niet verkopen; ook nu nog niet.”

Jan-Cremer-1958

Ik Jan Cremer, belichaming van de antichrist

“Na het verschijnen van mijn debuutroman in 1964 ‘Ik Jan Cremer’ was ik opeens rijk en beroemd. Voor die tijd was ik straatarm en leefde van de zon en de wind op het nog onbekende eiland Ibiza. Daar ben ik toen serieus en in het geheim gaan werken aan mijn boek.

Ook schilderde en exposeerde ik ook op het eiland en had veel succes. Bij terugkomst in Nederland is uiteindelijk door uitgeverij De Bezige Bij ‘Ik Jan Cremer’ gepubliceerd. Het resultaat is bekend. Echt rooskleurig was dat allemaal niet.

Voor keurig Nederland was ik een soort belichaming van de antichrist; en stond qua imago gelijk aan de toen even rebelse en als smerig bekend staande Rolling Stones. Constant werd ik nagekeken, uitgescholden en geweigerd in restaurants. Zelfs het huis van mijn moeder in Enschede werd s’nachts beklad en in brand gestoken.

Hield het snel voor gezien en emigreerde naar Amerika waar ik nog gewoon over straat kon lopen.” In New York schrijft hij ‘Ik Jan Cremer, tweede boek’ en een soft porno en tieten boek ‘Made in the USA’. Binnen twee jaar is Cremer ook in Amerika uitgegeven en ondanks de, naar eigen zeggen, slechte vertaling, een absoluut fenomeen.

Plotsklaps wereldberoemd staat hij op vierentwintigjarige leeftijd als eerste en enige Nederlander met zijn boeken in de top van de Amerikaanse bestseller lijst. Cremer woont vervolgens jarenlang in het legendarische ‘Chelsea Hotel’ en heeft daar ook zijn atelier (Cremer 3).                      

         

Jan Cremer cultheld in Nederland
Ik-Jan-Cremer-boek-omslag
Jan-Cremer-on-Harley-Davidson in Amsterdam

Elf jaar van bloed zweet en tranen voor Jan Cremer

“We wonen nu in Italië omdat deze plek voldoet aan mijn eisen op het gebied van centrale ligging en bereikbaarheid. Het had ook ergens anders hoger op een berg in een kouder en onherbergzaam gebied kunnen zijn. Liever nog eigenlijk! Ik hou van de kou, van regen, storm en donkerte.

Maar ik krijg mijn geliefde vrouw Babette niet meer die kou in. Ze heeft al genoeg offers moeten brengen op dat gebied tijdens mijn werk aan mijn boek ‘De Hunnen’. Geschreven in het Twents-Duits grensgebied bij Ootmarsum tussen troosteloze akkers en Saksische grafheuvels.”

 ”De Hunnen heeft uiteindelijk meer dan elf jaar geduurd. Vier jaar van minutieuze voorbereiding en wereldwijd archief-onderzoek. Zeven jaar schrijven. Elf jaar van bloed, zweet en tranen. ‘De Hunnen’ is mijn magnus opus. Een journalistieke oorlogstrilogie van meer dan 1500 pagina’s, gebaseerd op historische feiten.”

Geloofd Jan Cremer in god?

Jan Cremer stelt na enkele koppen koffie voor om met mij het kerkje tegenover het terras te bezoeken en de lokale muurschilderingen te bewonderen. Het lijkt mij een erg goed plan.

Heeft Jan Cremer misschien ergens enig gevoel van schuld en boete? Hij was immers ooit de vleesgeworden antichrist en kunstvijand nummer 1. Benieuwd naar de diepere religieuze gevoelens van Jan Cremer wandelen we de eeuwenoude kerk binnen.

Jan-Cremer-kerk-maria

Met opvallend respect en geruisloze stappen loopt hij door het kerkje. Cremer slaat een kruisje bij het oversteken van het middenpad in de kerk. Het altaar, prachtig versierd, bekijkt hij met bewondering en een lichte glimlach.

“Ik kom uit een Hongaarse gegoede katholieke familie. Maria is daar een heilige, ook mijn heilige. Onze olijfolie heet ook ‘Santa Maria-Vergine delle Olive. Ons huis staat in de buurt van het dorpje Santa Maria. Dat is een bewuste keuze geweest. Ben niet gelovig, wél gottglaubich zoals dat in Duitsland genoemd wordt. Ik geloof in een hogere macht.” Goedgelovig? versta ik. “Wat?”, vraagt Cremer, “Nee, niet goedgelovig, dat ben ik zéker niet.”

We lachen nog wat op ingehouden toon net als ondeugende koorknaapjes tijdens de mis. Op gedempte fluistertoon vertelt Cremer verder dat hij altijd, maar dan ook altijd een Mariabeeldje als kleine talisman in zijn broekzak heeft zitten. “Anders ga ik de straat niet op. Ik geloof in een hogere macht. Maria is mijn heilige. Dat vind ik ook een mooi beeld, het Mariabeeld. Kerstfeest vier ik nooit. Ik heb het niet zo op de kerstdagen.” (Zie de nouvelle ‘Sneeuw’ uit 1976.)

Keiharde vernedering

Mijn moeder was opgegroeid met haar Hongaarse familie en met de kerk, maar in Holland waren wij zogenaamd Hongaars-Katholiek. Dat betekende uitslapen ‘op zondag’”, grinnikt Cremer. “Moeder en ik werden in de kerk van Enschede gemist. Na de oorlog waren we eensklaps dakloos en straatarm.

Soms kwam de pastoor aan de deur vragen waarom we niet naar de kerk kwamen. Daar was mijn moeder niet van gediend. Ze zei als je de priesters wilt verjagen moet je ze om geld vragen. Dat deed ze. Daarna hebben we die schijnheiligen nooit meer gezien.

Mijn moeder was een donkerharige schoonheid, in welvaart grootgebracht. Voor mijn moeder was het leven in Holland een grote vergissing en een keiharde vernedering. Ik ben door haar ook altijd voorgehouden om zo snel mogelijk weg te komen uit Enschede.

Op mijn veertiende vluchtte ik al naar Parijs en op de eerste werkdag na mijn l6de verjaardag ging ik bij de mariniers. Ik heb er sindsdien nooit meer een nacht geslapen.” Er valt een diepe stilte. Cremer kijkt me strak aan met zijn ijsblauwe ogen. 

De relaties en verloren liefdes van Jan Cremer

 “Ik heb door mijn karakter en mijn onrust veel grote liefdes rucksichtlos achtergelaten. Er zaten veel lieve en goeie meiden bij. Ik heb daar dan ook wel verdriet van gehad en ben daar nu op latere leeftijd niet trots op. Dat had ik soms ook anders kunnen doen. Spijt, dat klinkt wel zwaar. Het Engelse woord regret is beter”, zegt Cremer in een poging om het privé-onderwerp te verlichten.

 “Achteraf ben ik die vrouw gaan haten die mijn Amerikaanse dochter heeft afgenomen. Haar moeder stond aan de top in de New Yorkse balletwereld. Een prima ballerina oorspronkelijk uit België.” Die ellende heeft me drie jaar van mijn leven gekost. en dat vergeef ik haar nooit. Maar ja, zo hard is het leven.”

De biecht is daarbij afgenomen, we kijken nog naar de fresco’s en religieuze schilderijen van Pietro Perugino. “Prachtig! Heerlijk om hier te kijken en te genieten”, fluistert de voormalige kunstbarbaar zachtjes.

We verlaten de kerk en lopen de zonnige materiële wereld weer in. Ik vraag Cremer naar zijn mening over de huidige situatie in de wereld zijn mening over de dreiging van directe armoede in Europa.

Cremer: “De crisis en de eventuele armoede zijn misschien wel goed om het kaf van het koren te scheiden.

Ik heb in kindertehuizen gezeten. Mijn moeder kon door geldgebrek niet voor mij zorgen. Ik ken armoede, echte armoede: halfje brood, beetje kaas… En dat voor de hele week. En alleen op zaterdagavond kon de kachel aan. Echte armoede! Ik voel me helemaal thuis met armoede.

“Het enige waar ik me zorgen over maak bij deze crisis, zegt Cremer lachend, dat ze die mij die weer in de schoenen schuiven. Dat ik het weer gedaan heb! Stel dat er op een gegeven moment geen geld meer bij de bank is, dan kan ik onze olijfolie ruilen voor brood, meel en wijn”.

We ruilen ruil onze olie nu al in Parijs, Basel, Berlijn en Antwerpen bij bevriende restaurateurs en dat wordt verrekend met overnachtingen en diners. Dat deden we vroeger ook al, ‘barteren’ met schilderijen voor eten en onderdak.

Voor politiek heb ik totaal geen interesse, lees de internationale kranten en bekijk de cultuur pagina’s. Ik lees veel liever historische boeken en reisverhalen. Bijna geen romans. Veel auteurs willen van die ‘te mooie’ zinnen schrijven. Ik heb daar geen geduld voor en ga puur voor inhoud, kennis en informatie. Over zaken die mij bezig houden.

Jan Cremer wil weer theater maken

Wat ik mij wel eens afvraag waarom ik niet gevraagd wordt om een nieuw toneelstuk te schrijven. Ik ben een theater mens en heb veel theaterstukken geschreven. Met veel succes. In Nederland, België en Duitsland heeft dat volle zalen getrokken. Het is allemaal zo’n ingeslapen zooitje in Holland op cultureel gebied. Ook op het gebied van de Nederlandse literatuur.

Het is allemaal slappe, onleesbare, krampachtige ziekenfonds literatuur.

Met de beste wil kan ik dat echt niet lezen! Het gaat vooral over allerlei enge ziektes en zo. De enige Nederlandse schrijver die ik graag blijf volgen, is Jan Brokken. Ik heb hem weleens de Nederlandse Graham Greene genoemd; die mag ik wel graag lezen.

Verder is de Nederlandse literatuur voor mij niet interessant: te zielig, krampachtig en saai. Ze gooien elkaar letterlijk dood met allerlei prijzen. Het zal ook verder nooit wat worden in de wereldliteratuur. Ik beschouw mijzelf ook niet als een Nederlandse schrijver.

Ik beschouw mijzelf als Duits-Angelsaksisch wat betreft schrijfstijl. Niemand kan zich met mij vergelijken in Nederland. Ik zit meer in de hoek van Kurt Malaparte van het boek ‘Kaputt’ of Ruth Scurr’s ‘Fatale Zuiverheid’. In de New York Times werd ik vergeleken met Maksim Gorky, Jean Genet, Henry Miller en Louis-Ferdinand Celine.” 

‘Ik moet nog steeds beginnen’

Jan-Cremer-Dutch-painter

De ochtend is om, en we rijden naar zijn huis annex atelier tussen de, olijfboomgaarden voor een uitgebreide lunch. Korenvelden staan nu leeg en de wijngaarden zijn aan het vergelen. We slaan af bij een onverharde weg en zigzaggen verder over rotswegen.

Bij aankomst is het uitzicht over het landgoed prachtig en de volledige stilte op het land is indrukwekkend. Cremer: “Dit is eigenlijk mijn eerste huis dat ik heb gebouwd, maar ik ben hier niet gebonden. Ik ben een opgejaagd dier, zeg maar een vos. Ik denk nog altijd: Morgen moet ik beginnen.

Ik ben nu tachtig jaar en ik moet nog steeds beginnen. Mijn laatste boek of schilderij is goed, maar morgen doe ik het nog beter.” We lopen door het ruim opgezette schildersatelier. Cremer laat een serie reusachtige doeken zien die voor het Jan Cremer Museum bedoeld zijn.

Sommige zijn nog niet af; de bijzondere geur van verse verf hangt in de ruimte. “Dat ruik ik na een halve eeuw niet meer”, zegt Cremer.” In het atelier spreekt hij vrijuit over zijn kunst zonder cynisme, achterdocht of pogingen om publicitair te choqueren.

Iets wat jaren geleden een vast ritueel was en journalisten tot wanhoop dreef en de natie met sappige quotes en oneliners in verwarring bracht.

Een schilderij is nooit of mooi of lelijk

“Wat voor mij belangrijk is, is niet of Willen de Kooning of Karel Appel of wie dan ook hoger op de kunst ladder staan. Ik heb hierover een theorie. Ik ben academisch gevormd en ik heb enorme materiaalkennis. Dat vind ik heel belangrijk.

Al jonge schilder in Parijs leerde ik hoe kunstschilders hun eigen verf maakten met olie en pigmenten. Ook realiseerde ik me dat iedereen die een beetje met een kwast kan rommelen een mooi schilderijtje kan maken. Dat is voor mij helemaal niet moeilijk. Zó mooi kan ik schilderen dat de tranen van schoonheid over je wangen zullen stromen!

Ik draai juist moedwillig die cultuur de gevoelige nek om! Door de traditionele waarden drastisch om te keren, bereik ik wat ik wil. Dat deed ik al in 1959 en nog steeds. “Schilderen is de kunsthistorie vernietigen” Een mooi-lelijk-schilderij maken is moeilijker en dat is juist voor mij belangrijk. Mensen moeten schrikken en versteld staan.

Ook nu nog anno 2021 roepen ze bij zogenaamd gerenommeerde moderne kunstgaleries “Het is wel erg wild wat je maakt. Dat durven wij  zo niet te exposeren.” Ik ben de cultuur altijd een paar stappen voor geweest. Iedereen was in de jaren zestig bezig met abstract expressionisme.

Ik werkte al in 1964 aan de schilderijen met koeien, de Hollandse landschappen en de beroemde tulpen die ik schilderde in New York. Ik was en ben iedereen altijd ver vooruit. Geen grootspraak, maar een feit.”Heb je toch niet het idee dat je schrijfwerk je schilderwerk heeft geremd?”, vraag ik. “Nee hoor, ik kan gewoon niet anders.

Als er ook maar één moment of ingeving was geweest dat me had doen beslissen om, óf alleen maar te schrijven, óf alleen nog te schilderen dan had ik het gedaan. Gelukkig, of helaas, dat weet ik niet, doe ik het beide. Ik kón en kán niet anders.

Jan Cremer de kunstenaar en schrijver blijft altijd op zoek naar iets nieuws

Ik kijk trouwens vrijwel nooit terug maar altijd voorruit. Recht zo die gaat. Ben nog volgeboekt tot 2040.”

Jan Cremer portrait 2012

Cremer kijkt in de ondergaande zon. Er bekruipt mij een gevoel alsof de eenzame volksheld uit mijn jeugd een tevreden mens is. Cremer: Tevredenheid staat niet in mijn woordenboek. Is niet mijn streven.

Ben in feite altijd op zoek, volg mijn gevoel en ga sowieso mijn eigen gang. Je bent dan vóór mij of tegen mij. Daar is mijn hele bestaan op gebaseerd. Daar teer ik op en daar prijs ik me zelfs gelukkig mee. Er komen dagelijks stapels uitnodigingen en aanvragen binnen voor van alles, maar aannemen doe ik er hoogstens eentje.

Dat ik dit interview doe is een uitzondering. Ik ben geen figuur voor society. Ik ben een eenling en hoor nergens bij. Er is wat mij betreft ook totaal geen verschil tussen hoe ik daar vroeger mee omging en nu.

“Zelfs dit interview, nu of vroeger, mijn antwoorden zijn hetzelfde. Behalve misschien dit: het vervelende van ouder worden is dat je wat milder wordt.” – Jan Cremer.

Marilyn Monroe en de magie van fotograaf Milton Greene.

Monroe’s schoonheid is tijdloos. Haar prachtige lach en onweerstaanbare schoonheid vastgelegd op duizenden foto’s zijn nog altijd, als je er even op let, over de hele wereld te zien. 
5 augustus 1962, nu precies achtenvijftig jaar na haar tragische dood laten unieke foto’s van fotograaf Milton Greene de weerslag van hun vriendschap en liefde voor de camera zien. Een eerbetoon aan Norma Jeane (Los Angeles 5 augustus 1962) en fotograaf Milton Greene.

Michael Klinkhamer ontdekte bij toeval zeer bijzondere foto’s van Monroe en Milton Greene en raakte gefascineerd. Vooral de vrij onbekende “The Black Sitting” uit 1956 viel op door de ongepolijste studio sfeer. Michael sprak naar aanleiding hiervan met Joshua Greene, de zoon van Milton Greene, in die begin jaren dé favoriete fotograaf van Marilyn Monroe.     

Tekst Michael Klinkhamer Fotografie Monroe images by Milton H. Greene ©2011 Joshua Greene/ Monroe 

Nog voordat Monroe in 1956 trouwde met Arthur Miller, woonde ze enige tijd bij Milton en zijn jonge gezin in. Zij was daarbij ook regelmatig de babysit van Joshua. “Ik weet het nog goed”, vertelt de nu 54-jarige Joshua. “Ze deed mij vaak in een schuimbadje en met haar op bed knuffelen was heel gewoon. Ik was zelf ook vaak model voor mijn vader en speelde tussen de camera statieven en achtergrondrollen met allerlei beroemdheden, zoals Grace Kelly, Judy Garland, en natuurlijk Marilyn Monroe. We hielden veel van haar.”
Na het huwelijk met Arthur Miller was de samenwerking tussen Monroe en Greene snel voorbij, omdat Miller buitengewoon jaloers was op Greene. Marilyn betreurde die breuk. Tijdens de verfilming van haar allerlaatste film, The Misfits (1961), riep ze boos tegen Miller: “Je hebt me mijn enige echte vriend afgenomen.


Milton H. Greene (March 14, 1922 in  New York City – August 8, 1985 in Los Angeles) was a fashion and celebrity photographer. He was active for over four decades. He is best known for the photo shoots he did with Marilyn Monroe.

De laatste jaren zijn er regelmatig nieuwe, unieke foto’s van Marilyn Monroe boven water gekomen. De bekendste werden in 1985 gevonden door Joshua Greene, in het archief van zijn in dat jaar overleden vader, de fotograaf Milton Greene.

Door middel van digitale remaster technieken wist de zoon de bijna vergane negatieven en dia’s te restaureren.Ondertussen woedde er al jarenlang een felle juridische strijd om het copyright op de foto’s van Monroe. Op 17 maart 2008 deed een rechtbank in Californië de bevrijdende uitspraak: de rechten op al het beeld dat van de blonde vedette is geschoten, werden weer toegekend aan de erfgenamen van de toenmalige fotografen. Michael sprak Joshua Greene en vroegen hem naar het fotografie verleden van zijn vader en het gesteggel over de copyrights.                                                                
Joshua Greene: “Mijn vader ontmoette Marilyn in 1953, tijdens een fotoshoot voor het blad Look. Bij die eerste ontmoeting kon ze haar verbazing over Miltons jeugdigheid niet onderdrukken. ‘You’re only just a boy!’, riep ze uit, waarop mijn vader antwoordde: ‘Yes, and you’re just like a girl.’ Hiermee was het ijs gebroken. In de jaren daarna ontstond een nauwe en unieke samenwerking tussen Marilyn en mijn vader.”

In September 1954 maakte Milton in opdracht van LOOK magazine een fotoserie van een opkomende actrice, genaamd Marilyn Monroe. Deze foto, die een zeer frisse en aantrekkelijke Marilyn Monroe laat zien, is voor het eerst gepubliceerd in 1999. Fotografie: Milton Greene.

Milton en Marilyn werkten veel samen voor vrijwel alle bekende bladen uit die tijd. Greene werd Monroe’s favoriete fotograaf – hij maakte meer dan vijfduizend foto’s van haar – en een echte vriend. Uiteindelijk vormden ze samen in 1954 een eigen filmproductiemaatschappij. Gezamenlijk produceerden zij onder meer de films Bus Stop en The Prince and the Show Girl

Dit portret is uit 1955, gemaakt in New York, net voordat Milton en Marilyn, hun eigen filmproductiemaatschappij oprichten. Marilyn in een zeer chique witte bontjas, nu politiek incorrect, maar in de jaren ’50, supervrouwelijk en luxueus. Deze foto is uniek en pas in 1995 voor het eerst gepubliceerd op de cover van ‘Milton’s Marilyn’


Onschuldige jaren

Nog voordat Monroe in 1956 trouwde met Arthur Miller, woonde ze enige tijd bij Milton en zijn jonge gezin. Zij was daarbij ook regelmatig de babysit van Joshua. “Ik weet het nog goed”, vertelt de nu 54-jarige Joshua. “Ze deed mij vaak in een schuimbadje en met haar op bed knuffelen was heel gewoon. Ik was zelf ook vaak model voor mijn vader en speelde tussen de camera statieven en achtergrondrollen met allerlei beroemdheden, zoals Grace Kelly, Judy Garland, en natuurlijk Marilyn Monroe. We hielden veel van haar.”Na het huwelijk met Arthur Miller was de samenwerking tussen Monroe en Greene snel voorbij, omdat Miller buitengewoon jaloers was op Greene. Marilyn betreurde de breuk. Tijdens de verfilming van haar allerlaatste film, The Misfits (1961), riep ze boos tegen Miller: “Je hebt me mijn enige echte vriend afgenomen.”

Deze foto, uit de ‘Ballerina-serie’ is een van de meest gevraagde en bekendere foto’s van Milton & Marilyn. Uit 1954 gemaakt in de New Yorkse studio, van Milton. De styliste bracht verschillende kledingstukken mee voor de sessie, maar die bleken twee maten te klein te zijn. Vandaar Monroe’s speelse houding en blik, om de slecht passende jurk te camoufleren. 

Marilyn Monroe, in 1955, speels en ontspannen, ontdaan van glamour en make-up. Eindelijk helemaal zichzelf. 

Het was in periode van 1953 tot ’57 dat Greene zijn mooiste foto’s van Monroe maakte. Dat was niet alleen zijn eigen verdienste, maar ook die van Monroe, die heel goed wist dat de camera van haar hield en wat ze daarmee kon bereiken.Het was vaak Marilyn zelf die zei: “Let’s make Marilyn.” Op een bijzondere en vaak ongedwongen manier legde Greene haar aantrekkingskracht en ambitie vast, en ook haar bekende sombere buien. Maar de meeste foto’s stralen vooral de vrolijkheid en vitaliteit van Monroe uit. Marilyn bedacht vaak, in nauwe samenwerking met Greene, eigen sittings en malle ideeën voor nieuwe fotosessies. Zo ontstond in New York de tijdloze serie The Black Sitting, waarmee Greene en Monroe wilden afstappen van de mierzoete braafheid uit Hollywood en meer een arty stijl nastreefden. 

Gefotografeerd in Milton’s studio, in 1956. De ‘Black Sitting’ serie is het ultieme resultaat van de samenwerking tussen Milton en Monroe. Ondanks de sexy fishnet-kousen en de provocatieve poses die Marilyn aanneemt, blijft de onschuldige sfeer van een klein meisje dat zich verkleedt bestaan. Vooral de rauwe zwart wit sfeer en de grafische vorm in de foto’s blijven intrigeren. Fotografie: Milton Greene.


Duizenden andere foto’s en negatieven van Milton Greene lagen jarenlang in archiefkasten in vochtige kelders te vergaan, totdat Joshua Green de waarde, zowel historisch als financieel, van zijn erfdeel ontdekte. Hij besloot om het unieke werk van zijn overleden vader digitaal te restaureren, exposeren en publiceren. Er was echter één groot probleem: de copyrights.

Rechtsstrijd

Bij haar dood op 5 augustus 1962 liet Marilyn Monroe geen testament, familie of erfgenamen na. Haar volledige nalatenschap ging naar Lee Strasberg, haar toenmalige acting coach. Daardoor verdienden Strasberg en zijn erfgenamen gedurende de afgelopen 49 jaar honderden miljoenen dollars aan alles wat te maken had met de beeltenis van Marilyn Monroe. Een percentage van de opbrengst gunden zij aan (de erven van) Greene en bekende Monroe Fotografen als Tom Kelley en Harold Lloyd. De ‘dode beroemdheden wet’De gouverneur van Californië, Arnold Schwarzenegger, tekende in 2007 de Senate Bill No. 771, gekscherend de ‘dode beroemdheden wet’ genoemd. Deze regelt dat ook de beeldrechten van overleden beroemdheden aan derden kunnen toekomen. De Strasbergs voelden zich hierdoor nog steviger in de schoenen staan en eigenden zich, inhalig, nu bijna de volledige opbrengst van de exploitatie van de beeltenissen toe. Dat ging Joshua te ver, hij stapte naar de rechter. “Stel dat je vader een beroemd muziekstuk heeft geschreven en jaren later gaan anderen daarmee aan de haal. Vervolgens verdienen ze er miljoenen aan, simpelweg door de rechten compleet in bezit te nemen. Sorry hoor, maar dat kon ik niet laten gebeuren.”Om de gemaakte winsten aan de Californische belastingen te onttrekken, voerden de Strasbergs al die tijd aan dat Marilyn Monroe tijdens haar overlijden een ingezetene was van de staat New York. Rechter Margret M. Morrow maakte een einde aan die strategie: op 17 maart 2008 besloot zij dat Strasberg de beeldrechten op Monroe materiaal ten onrechte heeft geclaimd. Op de dag dat Marilyn Monroe stierf, 5 augustus 1962, was zij geen ingezetene van Californië, maar van de staat New York. Daarmee is de ‘dode beroemdheden wet’, die alleen in Californië telt, niet toepasbaar op de claim van Strasberg. Want had Strasberg niet zelf bij de belastingdienst aangevoerd dat Marilyn Monroe een ingezetene was van New York? Bovendien is de nieuwe wet niet toepasbaar op beroemdheden die voor 1985 zijn overleden. De copyrights van de foto’s gingen definitief terug naar de fotografen. Case closed.

Foto voor LIFE Magazine. Uit deze sessie ontstond een aantal zeer beroemde Marilyn foto’s. ‘The Red Sitting’ laat een vorm van speelse erotiek zien die kenmerkend was voor hun samenwerking. Deze sessie uit 1957, in die simpele rode jurk, bleek de laatste te zijn van de bijzondere samenwerking. Fotografie: Milton Greene.

Made in Holland


Het CCTV gebouw is ontworpen door OMA​ ​(​Office for Metropolitan Architecture), het bureau van de Nederlandse top architect Rem Koolhaas.

made in holland cctv rem koolhaas 2008

Michael Klinkhamer was voor enkele weken in Beijing aan het fotograferen en publiceerde in 2008 deze reportage voor Miljonair magazine.

De Nederlandse architect Rem Koolhaas wilde niet persoonlijk geassocieerd worden met een luxe blad met als titel “Miljonair” om waarschijnlijk politiek correcte motieven toendertijd.

De redactie van het blad Miljonair wilde desondanks toch aandacht geven aan zijn motieven en filosofie omtrent het bijzondere CCTV gebouw dat officieus af was in Januari 2008 maar uiteindelijk pas in 2012, na een brand en vertragingen in gebruik werd genomen door de Chinese staatsomroep.

“Door een grondige voorbereiding en een toegestaan kort werkbezoek in Rotterdam bij het OMA architectenbureau, voorafgaand aan mijn reis naar Beijing kon ik de maquette, schaalmodel van het CCTV fotograferen en genoeg informatie vinden over hoe Rem Koolhaas tot dit prijswinnende concept voor de oren en ogen van de Chinese staatsomroep was gekomen.”

Eenmaal in China aangekomen was in feite het niet persoonlijk interviewen van Koolhaas een voordeel. Ik had op die manier volledige vrijheid om op eigen beweging en niet geleid te worden door hapklare brokken uit de PR machine van OMA en Koolhaas mijn eigen onderzoek te doen.

Door urenlange wandelingen rondom het bouwproject de maken en vanuit alle mogelijke hoeken en standpunten foto’s te maken. zowel van het gebouw als de leefomgeving eromheen.

Deze aanpak resulteerde in een serie unieke sfeerbeelden, portretten en de documentatie van een belangrijk moment in de ontwikkeling van het ‘Central Business District’ in Beijing maar ook voor mij persoonlijk als architectuurfotograaf en in feite ook als straatfotograaf.

Een vorm van fotografie die ik later vanaf 2010 tot 2020 intensief heb gedaan in voornamelijk Cambodja met mijn onderneming vanuit Phnom Penh: https://klinkhamer.calltheone.com/en/cambodian-photo-tours/

Zoals toen in 2008 vlak voor aanvang van de Olympische Spelen nog met hoop en positiviteit naar de Chinese overheid werd gekeken, zijn we in 2021 inmiddels terug op aarde met betrekking tot China en is van de beloofde “openheid” tot op heden weinig tot niets terecht gekomen.

De CCP heeft in de periode van 13 jaar indruk gemaakt met de China‘s Belt and Road Initiative (BRI) (一带一路) uitgerold dat een verbinding maakt tussen China, en de rest van Azie, Afrika en Europa.

Een gigantische infrastructureel netwerk via land en water. Met als doel het versterken en verbeteren van de economische activiteiten en handel in de wereld met China als drijvende kracht.

Het CCTV gebouw functioneert daarbij in feite de ogen en oren van de CCP en is als zodanig van enorme importantie.

Hier herplaatst ik de CCTV of Made in Holland reportage aangevuld met meerdere portretten en andere nog niet eerder gepubliceerde foto’s uit Beijing 2008.

Night in Beijing cctv 2008
streets of Beijing at night
cctv Beijing streets construction 2008
CCTV Building Beijing compilatie
Compilatie van foto’s zoals gebruikt in het Miljonair magazine artikel.

“Een gevoel van onwerkelijkheid overvalt me wanneer ik op Beijing international airport land en buiten alles in een geel stoffige laag lijkt ze zijn gehuld.

Het is de winter van 2008, China en vooral Beijing is een grote bouwput. Mijn opdracht is om een fotoreportage te schieten en een artikel te schrijven over het CCTV ( China Central Television ) gebouw dat door onze Nederlandse top architect, Rem Koolhaas is ontworpen.

Ook mocht ik voor Nikon-Pro magazine een serie foto’s maken met hun laatste top camera model de D3, de 24-70mm en de 12-24mm F2.8 lenzen. Apparatuur die juist op tijd zijn uitgekomen voor de Olympische Spelen van 2008.

Nikon lanceert net als Canon en andere top camera merken dan hun laatste pro camera’s. Om de internationale pers fotografen met het beste materiaal tot hun beschikking die foto’s te laten maken die voorheen onmogelijk leken te schieten te zijn.

Snellere lenzen, meer foto’s per seconde en beter technische innovaties om Olympische records vast te leggen. Daarnaast wilde ik een serie portretten maken en ook die andere prestigieuze gebouwen fotografen die door de wereldtop architecten in Beijing werden gerealiseerd.

Alles stond toen in het teken van de Olympische spelen en om China als opkomende wereldmacht in een gouden glans van grootsheid, macht en aanzien te geven.”

Chinese construction worker Beijing

“Die bepaalde periode van ongeveer zes weken in China in 2008 waren op vele manieren het begin van mijn vernieuwde zoektocht in de journalistiek en fotografie en resulteerde in mijn persoonlijke en professionele nieuwe identiteit als fotograaf en schrijver.”

chinese construction worker

Op het eerste gezicht lijkt het CCTV gebouw op een enorme broek

In het hart van het CBD het zakendistrict van Beijing, de metropool​ ​waar zeventien miljoen mensen wonen en werken, draait de bouw op volle toeren.

Er wordt 24/7​ ​uur per dag wordt doorgewerkt. Op 235​ ​meter hoogte verlichten flitsende las​-​lichten​ ​en vuurstralen de nacht. Bouwkranen​ ​bewegen traag om immense schildplaten,​ ​bedoeld om de constructie te verstevigen,​ ​op hun juiste positie te krijgen.

Terwijl ik daar zo sta nog met een ‘jetlag’ in de koele avond,​ ​razen auto’s via een achtbaan fly-over​ ​boven mij langs. De lucht is smerig; veel​ ​voetgangers en fietsers dragen een mondkapje.​ ​

Boven me klinkt het bouw geweld​ ​van de duizenden arbeiders die bezig zijn​ ​aan Beijings grootste prestigeobject. En​ ​opeens realiseer ik me ook dat het gebouw​ ​nooit op tijd klaar zal zijn voor de Olympische​ ​Spelen.

De sfeer is als van een science fiction film en ik voel me daarbij zeer geïnspireerd.

Gebouw van de grote getallen​

In de constructie van het nieuwe​ ​televisie- en communicatiecentrum is​ ​10.000 ton staal verwerkt. Het gebouw moet 465.000 m2 aan kantooroppervlak​ ​gaan omvatten en ruimte bieden aan 54​ ​etages, 76 liften, 15 productiestudio’s, 17​ ​nieuws studio’s en 10.000 medewerkers.


Om een idee te geven van de schaal van​ ​het project: op de bouwlocatie zouden​ ​29 Boeing 747’s naast elkaar kunnen
worden geparkeerd. Naar verwachting​ ​wordt het CCTV pas in 2009 opgeleverd.

De prijs van prestige

De totale kosten van het complex zullen​ ​de 600 miljoen euro ruimschoots overschrijden.
De torenhoge prijs en de aarzeling​ ​van de Chinese regering om na zo’n​ ​kostenpost nog meer grootse projecten door westerse architecten te laten realiseren,​ ​was voor de toen nieuw geïnstalleerde​ ​president Wen Jiabao in 2003 reden​ ​genoeg om de bouw en financiering te​ ​heroverwegen.

Het doorrekenen van het​ ​project nam een jaar in beslag; toen werd​ ​het de Chinezen duidelijk dat het te laat​ ​was om de bouw nog te stoppen. Al was​ ​het alleen maar omdat dat een enorm gezichtsverlies​ ​zou betekenen.

En dus werd​ ​besloten om door te bouwen, al werden​ ​er tal van kostenbesparende maatregelen​ ​getroffen. Desondanks blijft de visie van​ ​Rem Koolhaas vrijwel onaangetast – zijn urban visie op de hoofdstad van een wereldmacht​ ​in de 21ste eeuw.


Terwijl in China werd gediscussieerd​ ​over de kosten, waren mensenrechten groeperingen​ ​en media in het Westen vooral bezig met de morele kant van Koolhaas’​ ​bouwwerk. Want hoe kun je als gerenommeerd
westerse architect een ‘showpiece’​ ​bouwen voor een communistisch​ ​regime, dat mensenrechten en vrijheid
van meningsuiting compleet naast zich​ ​neerlegt?

Rem Koolhaas zelf vindt dat het werk​ ​voor CCTV juist een bijdrage kan leveren​ ​aan een grotere openheid van het bewind;​ ​de open structuur en brede toepasbaarheid​ ​van het project is juist met die gedachte​ ​ontworpen.

In 2004 zei hij in het​ ​VPRO-programma R.A.M.: “Ik ben ervan​ ​overtuigd dat de staatstelevisie geprivatiseerd​ ​zal worden, daarom doen wij dit​ ​gebouw.”

“De privatisering en digitalisering van de media in China zal voor een uiteindelijke​ ​bevrijding zorg dragen. Als het​ ​niet lukt om die bevrijding rond 2008 te​ ​bewerkstelligen, zal ik dat onmiskenbaar​ ​persoonlijk als rampzalig ervaren.” Aldus Koolhaas.

CCTV Building under construction

Openheid als sleutelwoord

Op een oppervlakte van circa 20 hectare​ ​realiseert het Britse ingenieursbureau​ ​Arup de bouw van het complex. Het
technologisch gedurfde en baanbrekende​ ​ontwerp van de als avant-gardistisch omschreven​ ​Rem Koolhaas is zo vernieuwend​ ​dat de constructie alleen dankzij recent​ ​ontwikkelde architectuur software is te​ ​realiseren.

Dat is des te belangrijker,​ ​omdat Beijing in een aardschok gevoelig​ ​gebied ligt. Het is een vereiste dat het​ ​gebouw schokken van 7+ op de schaal van​ ​Richter kan doorstaan. Een van de moeilijkheden​ ​daarbij is dat in de twee torens​ ​geen echte kern aanwezig is, terwijl ze​ ​toch stevig genoeg moeten zijn om de op​ ​de constructie inwerkende krachten (niet​ ​alleen aardschokken, maar ook de winddruk​ ​en trillingen) aan te kunnen.​

​De oplossing is even krankzinnig als​ ​geniaal: diamantvormige beplating aan​ ​de buitenkant van de torens. Op het eerste​ ​gezicht lijken deze platen decoratief, maar ze zorgen ervoor dat de beide diagonalen​ ​​langsbalken genoeg steun geven aan​ ​de oneven gewichtsverdeling erboven.​

​Deze ‘grid mesh’ bepantsering is daarmee in wezen het​ ​primaire steunsysteem van het gebouw;​ ​een technische wereldprimeur.

Security guard in Beijing subway

De beide torens hellen tien graden over​ ​en zijn met elkaar verbonden door middel​ ​​van een veertien etages hoge overspanning​ ​op respectievelijk 210 en 235 meter​ ​hoogte.

In de twee torens zullen zowel de​ ​televisieredacties als de administratieve​ ​diensten van CCTV worden ondergebracht.

In het op grondniveau gesitueerde​ ​mediapark, de zogeheten black box, zullen​ ​in drie etages – deels ondergronds –
de televisiestudio’s en de technische faciliteiten​ ​gehuisvest worden.

Op het dak​ ​van de black box wordt een parklandschap​ ​gerealiseerd door de Nederlandse​ ​firma Inside Outside van Petra Blaisse.

Het gebouw is ontworpen met ‘openheid’​ ​als sleutelwoord; door middel van​ ​een interne loop kunnen de medewerkers en bezoekers door het gebouw bewegen;​ ​in de ene toren naar boven, dan over​ ​ de brug, en vervolgens in de andere toren​ ​weer naar beneden.

“Wat me fascineert​ ​aan het communistische systeem,” aldus​ ​Koolhaas in R.A.M, is dat het formele​ ​respect voor collectiviteit nog sterk genoeg​ ​i​s om dit loop-ontwerp als zodanig​ ​te herkennen.”

De kern van de overhangende​ ​torens zijn overigens wel volledig​ ​verticaal – even is overwogen om ook de​ ​liftschacht onder een hoek te bouwen,​ ​maar dit had het prijskaartje met 20 miljoen​ ​euro verhoogd.​ ​

Naast het gebouw is plaats voor het ‘Television Cultural Centre’ met een theater​ ​voor 1.500 bezoekers, danszalen en​ ​opnamestudio’s. Daarnaast komt in een​ ​van de torens het Mandarin Oriental, een​ ​vijfsterrenhotel met driehonderd uiterst​ ​luxe kamers.

Spiegel van de Chinese ziel​

Na mijn eerste confrontatie met het gebouw,​ ​gehuld in de nachtelijke duisternis, ben ik​ ​er nog niet uit. Indrukwekkend is het wel.
Maar is het mooi? Doet het wat met je? Is​ ​d​i​e beloofde schoonheid, vernieuwing of​ ​openheid al te bespeuren?

Gelukkig is het​ ​de volgende dag prachtig weer: een strakblauwe​ ​lucht en een licht zonnetje. Dan​ ​ziet alles er waarschijnlijk beter uit. Vanuit een taxi​ ​zie ik het gebouw steeds weer opdoemen​ ​aan de skyline van Beijing.

Het is echt een​ ​opmerkelijk bouwwerk, dat zich door zijn​ ​hoekigheid, harde lijnen en asymmetrische​ ​vorm niet makkelijk laat definiëren.
Daarom besluit ik om me enkele kilometers​ ​van het gebouw af te laten zetten en​ ​​ernaartoe te wandelen.

Zo kan ik vanuit​ ​een telkens veranderend gezichtspunt dewijze waarop de kolos zich tot het straatbeeld​ ​van Beijing verhoudt, bestuderen.

Beijing streets view with CCTV 2008

Tijdens mijn wandeling zie ik wat zich in​ ​feite afspeelt in Beijing: De oude hutongs​ ​(Chinese straatjes en buurtjes) zijn in verval​ ​en staan in de schaduw van de hoogbouw​ ​van het zakendistrict.

Het zijn twee aparte​ ​werelden, wat nog eens wordt benadrukt​ ​door de enorme muur​/schutting​ waarmee het CCTV​ ​gebouw​ ​van pottenkijkers wordt afgeschermd.


Ook die muur komt uit de koker​ ​van Koolhaas. Geen alledaagse schutting​ ​met wervende foto’s van wat er uiteindelijk achter moet verrijzen, maar een muur​ ​met roest en Chinese leuzen uit vervlogen tijden.

Arty en geheel volgens de laatste​ ​trend in urban grunge.
De buurtbewoners en voorbijgangers die​ ​ik naar hun mening vraag over het gebouw,​ ​trekken hun schouders op: “Me don’t like.​ ​Not Chinese. Too expensive too!”

Nee, de​ ​liefde van het volk voor het mega bouwsel is​ ​nog niet echt te bespeuren.

CBD police in Beijing 2008_bw
cctv beijing 2008 behind the scenes
chinese CCP man Beijing 2008_bw

Ik vervolg mijn weg en neem een kijkje​ ​achter de coulissen. Ik besef dat alles wat ik​ ​daar nu aantref, over een à twee jaar verdwenen​ ​zal zijn.

Beijing, eigenlijk heel China, is​ ​in sneltreinvaart aan het moderniseren – het​ ​is de grootste bouwput ter wereld. Het gebouw is een geblindeerde reus​ ​vol dreiging. Een machtssymbool van​ ​een supermacht met vele gezichten​.​

Intimidatie van een grootmacht

Ter voorbereiding van mijn bezoek aan​ ​Beijing bezocht ik het hoofdkantoor van​ ​OMA in Rotterdam, waar ik de officiële​ ​presentatie maquette te zien kreeg.

Op die kleine​ ​schaal, en met de nodige fantasie, krijg je​ ​nog wel een gevoel van begrip voor de positieve​ ​doelstellingen, met als sterkste argument​ ​de communicatieve openheid van het gebouw.

Maar wanneer ik eenmaal aan​ ​de voet van deze in aanbouw zijnde kolos sta, verdwijnt dat​ ​gevoel compleet. Het gebouw is nu nog een donkere,​ geblindeerde reus vol dreiging.

Met​ ​name de overhellende torens stralen pure​ ​intimidatie uit. Het is een machtssymbool​ ​van een supermacht met vele gezichten.​ ​

Dat Koolhaas zich zou kunnen vergissen​ ​in China, in de beoogde openheid​ ​van het regime, blijkt van een kinderlijke​ ​naïviteit. Zijn motivatie om ’s werelds​ ​grootste kantorencomplex neer te zetten​ ​in Beijing, lijkt eerder gebaseerd op​ ​de ambitie om iets te kunnen bouwen dat elders in de wereld onmogelijk zou zijn.

“We moesten kiezen of we iets in China​ ​wilden maken of in het New York van na​ ​9/11”, aldus Koolhaas tegen de VPRO.”

Dat​ ​het staatsinstituut CCTV de bevolking een​ ​gecontroleerde en gecensureerde waarheid​ ​blijft presenteren, werd eens te meer​ ​duidelijk toen tijdens mijn verblijf in China de hel losbrak in het door​ ​China geannexeerde Tibet.

Terwijl de​ ​wereldopinie steeds meer in verzet komt​ ​tegen China’s dubbele moraal en oproept​ ​tot het boycotten van de Olympische Spelen, is het CCTV-gebouw nu al in een,​ ​letterlijke, spagaat beland.

Openheid of​ ​staats propaganda? Communisme of kapitalisme?
Misschien is dat wel de ware​ ​visuele boodschap en vraagstelling van het CCTV complex. 

cctv photo beijing 2008

‘Bedelmonnik met een missie’ Peter Klashorst.

Eerder gepubliceerd verhaal en fotografie in HP/De Tijd kerstnummer 2010.

Peter Klashorst, in de jaren tachtig een van de meest spraakmakende kunstenaars van zijn generatie, woont en werkt tegenwoordig in de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh.

Daar exposeerde de kunstenaar in de voormalige Tuol Sleng-S-21 gevangenis zijn meest recente werken.

Klashorst-atelier-Phnom-Penh-tekening

Michael Klinkhamer bezocht de kunstenaar in zijn Aziatische domicilie en sprak met hem over zijn eclectische oeuvre, zijn hang naar zelfdestructie en, hoe kan het ook anders, vrouwen, macht en de totale redeloosheid van het bestaan.

Ik verlaat de aankomsthal van het Phnom Penh International Airport. Uit een kluitje rondhangende Cambodjanen maken zich enkele figuren los, zwaaiend met bordjes, “You need car, taxi, hotel? Where you go?”  Vanuit mijn ooghoek zie ik een gedrongen man staan, met indringende donkere ogen onder een zwart flaphoed; Peter Klashorst. Na een korte, hartelijke begroeting rijden we per tuktuk de vroege avondspits in, op weg naar Klashorst zijn huis annex atelier. De kunstenaar woont en werkt downtown, in het uitgaansgebied waar de nacht geen einde kent en de tientallen barretjes namen hebben als LuckyBar 69,  Darling-Darling en You Hot. Het stadsdeel ligt aan de indrukwekkende Mekong Rivier en wordt begrensd door een fraai onderhouden boulevard. De bouwstijl is Frans koloniaal, die het gebied bijna een Zuid Franse allure verleent.“Laten we eerst maar even wat drinken, toch?”, zegt Klashorst. “Het bier is hier goed en de sfeer zit er altijd in”. Hij gaat me voor, een donkere, ijskoud gekoelde bar in, waar een twintigtal ‘hostessen’ ons vriendelijk welkom heten. “Proost en welkom in mijn stad”, zegt Klashorst na de eerste teug van zijn ijskoude bier, onverstoorbaar, terwijl slanke vrouwenhanden over ons heen beginnen te kroelen en onze nek en rug stevig masseren. “Let daar maar niet op hoor, zo gaat het hier gewoon”, zegt Klashorst. “Het is gewoon werk voor die meiden. Ze komen vanuit de sloppenwijken en het platteland hiernaartoe en verdienen op deze manier heel wat meer dan als ze in een fabriek of in een sweatshop iets vaags in elkaar zetten voor twee dollar per dag. Ik zit vaak in dit soort barretjes. Meestal geef ik zo´n meisje wel eens wat dollars of een mobiele telefoon. Natuurlijk, als je ook ´iets anders´ wilt dan is dat ook te regelen, al moet ik daar nu echt even niet aan denken. Trouwens, ik zie die meisjes hier ook meer als modellen voor mijn schilderijen, tekeningen, strips, films, mijn erotische foto’s; ze zijn een bron voor mijn beeldverhalen. Ik zie veel schoonheid en onschuld in hen. Op Facebook publiceer ik soms korte films van een paar vrouwen, kleine portretjes en culturele vertellingen. Denk je nu echt dat ik hier voor seks kom? Ik neuk toch altijd en overal wel, daar gaat het mij niet om. Deze vrouwen hebben mij ook weer nodig om te praten en te rusten en wat geld los te krijgen, voor van alles. Ik ben daar makkelijk in, dat is altijd al zo geweest. Als ik weer wat poen heb dan moet het op, en als er even geen geld is dan helpen ze mij ook met gezelschap, eten of drank.”   

Saint-of-Me-Klashorst-atelier-Phnom-Penh.
Saint-of-Me-Klashorst-atelier-Phnom-Penh.

Saaie welvaart.

Klashorst voelt zich duidelijk thuis in de Cambodjaanse hoofdstad, waar hij min of meer bij toeval is beland. “Ik pendelde eerst tussen mijn huizen en vrouwen in Azië en Afrika. Daarna woonde ik in Bangkok. Van mijn leven in Afrika was ik toen even genezen, daar werd het me te gevaarlijk. Ik werd steeds weer gearresteerd en zat dan  in de bak terwijl de politie alles uit mijn huis stal. Hier in Azië is het toch wat normaler. Aziaten zijn totaal niet  agressief. De Afrikanen in de slums wel, die vreten een witte jongen als ik op, zeker als ze geld aan iemand ruiken.”Zo kwam ik dus in Bangkok terecht. Maar daar werd het me te duur en te braaf. Ik vond die welvaart eigenlijk een beetje saai. Hier in Phnom Penh heb je een dorpse sfeer met een dikke rand van heftige armoede, corruptie en daarnaast ook extreme rijkdom. Hier is het ieder voor zich. Wat natuurlijk veel te maken heeft met de periode van de Khmer Rouge en de totale waanzin van zelfdestructie en broedermoord.”Van 1975 tot 1979 vergreep de communistische Khmer Rouge zich aan de Cambodjaanse bevolking in een naïef opgezette communistische revolutie. In luttele jaren joeg het regime van Pol Pot het land naar de afgrond, ten koste van miljoenen doden. Als symbool van het bloedvergieten heeft de huidige Cambodjaanse regering in samenwerking met UNESCO van de voormalige Tuol Sleng-S-21 gevangenis een museum gemaakt, dat nu een van de grote toeristische trekpleisters van Phnom Penh is.

Klashorst-in-Tuol-Sleng-S21-Phnom-Penh
Klashorst-in-Tuol-Sleng-S21-Phnom-Penh
Klashorst-in-Tuol-Sleng-S21-museum-Phnom-Penh-

Klashorst: “Als je het nuchter bekijkt is dat museum gewoon een vorm van exhibitionisme. Toch ben ik er tijdens een van mijn eerste bezoeken aan Cambodja maar eens gaan kijken. En toen realiseerde ik me dat het, zonder dat de Cambodjanen het zelf beseffen, ook een ´kunstinstallatie´ is, zoals je in Nederland in een modern museum ziet. Het staat vol met heftige foto’s en instrumenten van die haat en de onvoorstelbare menselijke destructie.”De plek heeft Klashorst geïnspireerd tot de werken die hij in de voormalige gevangenis en martelwerkplaats gaat exposeren. “Ik maak een aantal doeken van twee bij anderhalf meter, ik ben ook bezig aan een groot standbeeld voor de 14.000 tot 20.000 slachtoffers van de Khmer Rouge uit de Tuol Sleng-S21 gevangenis en ik werk samen met UNESCO aan een gedenkplaats en monument voor de familieleden van de slachtoffers. Op de sokkel komen de namen van alle slachtoffers te staan.”Voor de kunstenaar staat de geschiedenis van de Khmer Rouge niet op zichzelf. “Het is echt afschuwelijk wat ze daar in die gevangenis hebben uitgevreten. Maar ik beschouw die geschiedenis niet als een incident uit het verleden, zoals bijvoorbeeld de holocaust. Het is niet alsof dit soort geweld nu niet meer gebeurt. Er is altijd wel een, macht die zich vergrijpt aan de verschoppelingen, Een politieke of militaire macht die uitbuit, vernederd en martelt. Als je even pech hebt om aan de verkeerde kant te zitten van de lijn. Kijk maar naar Irak, Afghanistan, Iran, Israël, enzovoort. Daarom is dit werk ook een actueel en een heel persoonlijk statement. Ik kom soms nog even in Nederland, en daar gaat het ook steeds meer die kant op. Het nummeren en opsluiten, registreren en fotograferen van totaal onschuldige mensen. Met als enige doel om ze daarna zo snel mogelijk te laten verdwijnen uit Nederland. Nederlandse repressie.

Klashorsts ogen schieten vuur nu hij een gevoelig onderwerp aansnijdt. “Het klinkt misschien als een zwaar aangezet statement, maar mijn eigen dochter zit nu wel vast in een hok, samen met haar moeder, met de deuren potdicht. Mijn familie zit nu in het Asielzoekerscentrum Ter Apel, in die afschuwelijke noordelijke koude woestijn van de Nederlandse repressie. Het is wel mijn dochter, een Amsterdams meisje,  al is ze dan geboren in Kenia. Ze heeft een Nederlands paspoort. Onze regering sluit dus inmiddels ook al eigen ingezetenen op! Mijn dochter is 5. Terwijl wij hier zitten te praten is zij opgesloten met een van mijn ex-vrouwen uit Kenia, voor wie ik ooit moslim ben geworden. Zij komt soms met mijn dochter over naar Nederland, als ik daar ben om in Nederland zaken te regelen en kunstwerken te verkopen. Of mijn strips uit te laten geven. Ik kan mijn kinderen toch wel zien in Nederland? Hoe ingewikkeld is dat? Blijkbaar is dat al genoeg voor mijn gezin om in de gevangenis te belanden. Ik moet haar eruit krijgen. Het Nederlandse vreemdelingenbeleid  is een keihard systeem, zonder mededogen. Als ik daar in Ter Apel aan de gevangenisdeur kom om haar te bezoeken, dan lachen ze me uit, en krijg ik een formulier met bijna tweehonderd achterlijke vragen mee. Zoek het maar uit met je dochter, Klashorst.  Mijn dochter moet ook naar school, maar leert nu hoe je moet overleven in een land als Nederland, via de onderkant van die prachtige rechtsstaat. Terwijl ook de leerplichtambtenaar mij nu wil beboeten omdat ze niet meer op school komt! Waanzin. Nee, ze zit in de bak, vertelde ik aan die ambtenaar. Ze weten  niets van elkaar, die instanties. Het is een bijna onneembare vesting van bureaucratie. Die uitzetcentra zijn een immorele schande. Nederland is het hardste van alle Europese landen. Nu met die PVV en Wilders aan de macht zullen ze het allemaal nog wel veel ´beter en sneller´ aanpakken om mijn moslimfamilie het land uit te trappen.”
Klashorst betoog wordt onderbroken door de ringtone van zijn mobieltje. “Wacht even, telefoontje. Ja? No baby, I am working now. No, working. I can not meet, no. I’m with a journalist working and then painting. Listen, I am no tourist o.k?. “

Peter-Klashorst-in-de-straten-van-Phnom-Penh
Peter-Klashorst-in-de-straten-van-Phnom-Penh

Diep in de nacht loop ik de trappen op naar Klashorsts atelier, gevestigd  in een grote etage met een  ruim opgezet dakterras. De straatverlichting werpt een zachtgele gloed over de  zwoele tropische geurende, en altijd in beweging zijnde stad. Een licht verkoelende bries blaast door de nu verlaten straten. Klashorst is aan het werk, in het gezelschap van een nieuwe Cambodjaanse vriendin en model. Klashorst staart naar de grote doeken die verspreid langs de muur staan, en werkt steeds kortstondig gewapend met een spuitbus, aan verschillende doeken. Met dansachtige bewegingen brengt hij korte zwarte lijnen, snelle strepen en kleuraccenten op de doeken aan.

Klashorst-atelier-Phnom-Penh
Nacht schilderen in Cambodja
Klashorst-atelier-Phnom-Penh-portret
The Horror!

“Deze serie schilderijen van de gemartelde en vermoorde slachtoffers van de Khmer Rouge zijn op de authentieke historische foto’s geïnspireerd”, vertelt Klashorst, al schilderend. “Morgen moeten we maar even naar de Tuol Sleng gevangenis gaan, dan zul je beter begrijpen wat ik bedoel en waar dit werk voor staat.”Tuol Sleng is de oude Tuol Svay Prey Hogeschool die in 1975 door de Rode Khmer werd overgenomen voor gebruik door de speciale veiligheidsdienst van Pol Pot.

Het gebouw werd door deze dienst gebruikt als gevangenis (S-21) en martelkamer. Hoeveel gevangenen er precies binnen deze muren hebben gezeten, is onbekend. Schattingen lopen uiteen van 14.000 tot 20.000 mensen.

Klashorst-atelier-Phnom-Penh-nacht

“Het is een verhaal dat eigenlijk al heel lang in me zit”, vertelt Klashorst terwijl we door de hol klinkende voormalige martelkamers lopen en halt houden bij de primitieve houten martelapparaten. “Als kind liep ik ook mee in de anti-Vietnamdemonstraties”.

“Toen ik dus eenmaal in Phnom Penh kwam, raakte die geschiedenis me heel sterk, waarschijnlijk omdat ik zelf in Afrika voor langere tijd zat opgesloten. Maar ook eigenlijk al vanuit het verleden van mijn vader die in een kamp zat in Polen, tijdens de oorlog. Die ouwe, inmiddels tweeënnegentig jaar oud, heeft allerlei kamp trauma’s waar hij nooit echt helemaal van los is gekomen. In dat opzicht was ik al van jongs af aan opgescheept met een zwijgend trauma binnen mijn familie. En nu komt daar nog de Nederlandse context van die uitzettingscentra bij. Na mijn eerste bezoek aan de Tuol Sleng gevangenis rolden de tekeningen, schetsen en schilderijen eigenlijk vanzelf uit mijn kwast. Ik voel dat dit iets is dat ook diep in mij zit. Ik heb de originele foto’s, die hier gedeeltelijk aan de muur en in die vitrines tentoon zijn gesteld als uitgangspunt gebruikt. Bij het museumpersoneel en directie kregen ze in de gaten dat ik er mee aan het werk was. Vervolgens werd ik benaderd door UNESCO. Om iets te mogen doen in het museum heb je natuurlijk toestemming nodig van de minister van cultuur of zo. Die is nu afgegeven, via de UNESCO, en nu ga ik hier op de bovenverdieping mijn werk  exposeren.”Rond de tijd van de tentoonstelling zijn er ook eindelijk de langverwachte uitspraken van het  Cambodjaanse oorlogstribunaal. Dat maakt het verwerkingsproces van de slachtoffers en de straffen voor de voormalige Khmer Rouge leiders en beulen zeer actueel.

Klashorst: “Maar een handjevol mensen heeft deze gevangenis ervaring overleefd, hooguit zes of zeven mensen. Zij en hun familieleden krijgen hier geen enkele aandacht, geestelijke hulp of financiële steun. Het leven gaat door en er sterven hier regelmatig nog grote groepen mensen, zoals onlangs op die brug over de Mekong rivier. Hup, driehonderd doden en plus gewonden. De volgend dag is alles weggeruimd. En gaat het leven weer door.” Ik werk nu nauw samen met een van de overlevenden, Choum Mey. Die man komt nog dagelijks in de S-21 gevangenis, iedere dag met zijn brommertje om twee uur. Hij is dus nooit echt vrij gekomen. Ik praat met hem en kom zo meer en meer te weten over die tijd, en het leven ten tijde van de Khmer Rouge.

Klashorst is zich ervan bewust dat zijn Cambodjaanse werk bij sommigen scepsis zal oproepen. “Ik sta nog altijd bekend als die blote vrouwen schilder. Na duizenden schilderijen van allerlei naakte dames, die ook allemaal een persoonlijk verhaal hebben – en ik ga daar dan ook diep, letterlijk heel diep op in – kreeg ik daar eigenlijk wel genoeg van. Na letterlijk duizenden van die verhalen en aansluitende, soms slopende affaires, word je daar heel moe van. Het voordeel bij het maken van deze portretten is dat die mensen dood zijn. In mijn atelier staan nu de doeken die min of meer af zijn, en staren die dode ogen mij aan. Ik voel daarbij wel een emotionele druk. Want wanneer ik iemand schilder dan word ik ook die persoon. Als iemand een zenuwtic heeft bijvoorbeeld, dan krijg ik die ook. Maf, niet?

Mijn manier van schilderen is geen –isme.  Ik ben helemaal los van die Amsterdamse kunstwereld. Al jaren geleden  ben ik uit die incestueuze wereld gekropen. Dat komt volgens mij mijn werk alleen maar ten goede. Ik voel me onafhankelijk. Het is niet gemakkelijk, maar ik ben wel helemaal mijn eigen man, werk niet voor ‘de markt’, die ingedutte kunstscene. Die heeft mij sowieso nooit geboeid, ik moest er  eigenlijk nooit iets van hebben. Of ik nu in het Stedelijk museum hing of ergens in een galerie in New York. Ik schilder liever onafhankelijk vanuit de jungle, the heart of darkness, om het zo maar eens te stellen. Wat al die commerciële kunst types er van vinden, boeit mij niet. Een serie portretten als deze is qua stijl vast al eens eerder gedaan. Die met spuitbus gemaakte hersengolven voegen  er een abstract element  aan toe. Ik word één met de verf, de spuitbus en het doek, en transformeer  dan mee in het schilderij. Als ik  schilder zit ik soms, geestelijk compleet vast alsof ik in een van die kleine cellen die ze hier in de Tuol Sleng hebben zit. Letterlijk. En voel ik de pijn en wanhoop die hier tussen deze muren heeft rond gewaard. Ik hoop dat de bezoekers dat straks ook zullen voelen, en dat de slachtoffers op een of andere manier weer tot leven zullen komen, snap je?”  Klashorst kijkt me vragend aan. “Dit  kunstproject is mijn bestemming geworden, zo voelt het. Hier heb ik eigenlijk mijn hele leven voor gewerkt.”

We lopen samen zwijgend door de zalen van het martelmuseum en willen net vertrekken als er een tropische stortbui losbarst. We vluchten snel terug naar een van de zalen van het museum. In een naargeestige hoek van de zaal staat een vitrine, volgestapeld met schedels die ons leeg aanstaren. Lege bruine oogkassen en de doorboorde schedels van een vermoorde generatie kansloze Cambodjanen. Terwijl ik huiver, en een rilling van afschuw onderdruk, is Klashorst via zijn mobieltje alweer in gesprek met een van zijn nog springlevende modellen. “Yes! What baby? you need phone, again why? I gave you one yesterday, you lost it … o.k. we talk later, I am busy now, yes working,  no boom boom. not with her, no, no working with Holland journalist,  o.k !”

Painter Peter Klashorst in Phnom Penh
Portret Peter Klashorst in Phnom Penh 2014

Creatieve zekerheid in de Amsterdam portret fotostudio.

Goed fotografie Nieuws!

Fotograaf Michael Klinkhamer heeft per 1 februari een fijne professionele fotostudio ter beschikking voor het maken van portretten en productfotografie of video producties.

Portretserie voor KPN
Bestseller auteur John Irving
Een intieme studio met daglicht en studio flits lampen.
Een intieme studio met daglicht en studio flits lampen.

Door de aanhoudende Covid crisis en maatregelen is het maken van portretten in het openbaar niet meer zo voor de hand liggend. Dan geeft een veilige besloten intieme fotostudio de mogelijkheden om op een prettige en privacy gewaarborgde manier met elkaar te werken aan het creëren van bijzonder beeld.

Creative studio fotografie
Creative portretten in de studio
Goede en rustige aparte werk en of visagie ruimte is aanwezig.
Goede en rustige aparte werk en of visagie ruimte is aanwezig.


Onze gezellige Amsterdam fotostudio is zeer gunstig gelegen en goed te bereiken met de auto of openbaar vervoer. De Johan Cruijff arena ligt op steenworp afstand en we zijn met de auto gemakkelijk bereikbaar via de A2 of A9. Gratis parkeren is mogelijk voor de deur.

Met ons beschikbare licht hebben wij maximale controle voor creatieve of flatterende portretten.
Met ons beschikbare licht hebben wij maximale controle voor creatieve of flatterende portretten.
Auteur Marion Bloem
Auteur Marion Bloem


Waarom een fotostudio? Zoals eerder gezegd is de situatie om in het openbaar te fotograferen dusdanig veranderd tijdens Corona dat het maken van bepaalde portretten of het samenwerken aan een foto productie en direct contact anders en beter/veiliger benaderd moet worden.


Daarom is het van belang voor zakelijke bedrijfs of persoonlijk fotografie of videoproducties om dit proces zo efficiënt en met de minste problemen voor de indirecte omgeving uit te voeren.

corporate-social-media-portret
Corporate-social-media-portretten zijn niet meer weg te denken als aanvulling op Uw visitekaartje

Daarmee kunnen we ons beter, langer en volledig concentreren op het creatieve uitgangspunt en het doel van onze visuele boodschap. 
Voor een vrijblijvend bezoek aan de studio bent u welkom of wij laten via video streaming de fotostudio en kantoorruimten zien en geven alle informatie over de mogelijkheden.

Over de fotograaf.
Fotograaf Michael Klinkhamer heeft een zeer ruime ervaring met het fotograferen in de fotostudio en het maken van opmerkelijke portretten van bekende persoonlijkheden, zakelijke beslissers en onze zorghelden van 2020-2021 tijdens verschillende fotosessies in het UMC-Amsterdam.

Voor meer informatie: https://klinkhamer.calltheone.com

https://klinkhamer.calltheone.com/nl/locaties/nederland/amsterdam/portretfotografie-in-het-umc

https://klinkhamer.calltheone.com/nl/locaties/nederland/portretfotografie-uit-de-jaren-90/

Je kunt het verleden niet veranderen

Je kunt het verleden niet veranderen, maar je kunt het heden verpesten door je zorgen te maken over de toekomst.

Ik citeerde dit 10 jaar geleden. Wat een rit is het tot nu toe geweest!

Ik was toen duidelijk positief over de toekomst en stond open voor het leven. Vandaag de dag sta ik nog steeds open en positief, maar sinds maart 2020 is het leven voor mij en mijn familie en voor veel mensen in dezelfde staat van scheiding en aanpassing aan de 2020-virussluiting werkelijkheid veranderd.

“Ja, ik maak me tegenwoordig veel zorgen.”

Still, creativity and deep waters will keep on flowing.

“Everything must pass,”

George Harrison once sang.

Portretfotografie van Aboriginals – ‘Time travellers along the highway’

In 1988 fotografeerde ik deze trotse en vriendelijke Aboriginal man met zijn kind midden op de dag onder de brandende zon in de Australische woestijn. Het was nabij het stadje Tennant Creek in de Northern Territory.

Hasselblad photo 1988 aboriginal father with son portret outback australia stuart highway
Hasselblad foto 1988 aboriginal vader en zoon portret – Michael Klinkhamer

Deze foto komt uit een grotere serie van 65 foto’s die ik in 1988 maakte met mijn Hasselblad camera. Na 33 jaar heb ik mijn foto’s van toen opnieuw tot leven geroepen.

De foto’s komen in een fotoboek en worden tijdens een foto expositie gepresenteerd. Hier zie je de voortgang van dit ‘Time travellers along the highway’ project.

Fotografie met een Hasselblad

Met behulp van de nieuwste digitale editing mogelijkheden in 2020. Tijdloos zwart wit fotografie is het resultaat. (*Alle foto’s zijn afgedrukt van het volledige negatief.)

Wat ik toen maakte en nu weer zie is voor mij een bijna onwerkelijke beleving van herontdekking, schoonheid, de rauwe menselijkheid en de harde realiteit uit het Australië in 1988.

Oude foto’s opnieuw tot leven gebracht

De jonge trotse aboriginal man op de foto is nu oud, het kind volwassen. Aboriginal cultuur is ontzettend interessant en gaat tot wel 60.000 jaar geleden terug. In 1788 kwamen de eerste Britse gevangenen aan in Australië. De Aborigenes werden het dramatische slachtoffer van die volksverplaatsing.

Voor alle foto’s die ik gemaakt heb kreeg ik toestemming van de stamoudste om deze foto’s te mogen maken. Het was een eer en een zelfconfrontatie gezien hun cultuur. Maar daarover meer tijdens mijn ‘Time travellers along the highway’ project.

*Waarschuwing: Sommige mensen mensen op deze fotos zijn mogelijk inmiddels overleden.

De geniale ijdeltuit Pim Fortuyn bloot voor de camera

We kennen hem in Nederland allemaal nog. De geniale ijdeltuit, professor en politicus Pim Fortuyn. Onverholen homo, zeer belezen en vaak gezien met zijn 2 poedels op schoot. Hij was soms zo rebels als een kunstenaar.

Zijn vaderlandsliefde en ambitie lag ten grondslag aan zijn succes en ondergang. Hij was professor, zakenman, auteur van veelgelezen boeken. Fortuyn was zeer welbespraakt met een narcistische ijdele on-nederlandse manier van doen en laten.

Hij was geniaal en open minded. Maar ook heel anders dan alle andere politici. Dat wilde ik vastleggen in beeld. Wat je ook van hem dacht, hij bracht je een gevoel van gezond verstand of ongemakkelijkheid. “Not everyone’s cup of tea”, zou Fortuyn schaterlachend zeggen.

Hij liet zich rondrijden door zijn trouwe chauffeur in een dikke Daimler XJ Dat gaf hem onversneden status en plezier. Het was ook vooral bijzonder dat hij een marmeren buste van zichzelf had laten maken in Italië.

Ik kreeg ooit de opdracht om Pim Fortuyn om voor het opinieblad HP/de Tijd te fotograferen. Op de redactie gniffelden de journalisten over zoveel hoogmoed. Aan Michael Klinkhamer om dat eens haarfijn te fotograferen. Juist ik, omdat ik bekend sta om door te zetten waar anderen ophouden, geen nee te accepteren en met het oog van een kunstenaar en meester manipulator fotografeer.

Tijdens de fotosessie zag ik dat zijn zakelijke overhemd met stropdas niet werkte tegen zijn marmeren buste. Daarom adviseerde ik hem om zijn shirt uit te trekken. Mijn argument was valide en Fortuyn zag dat ook. Los van politieke correctheid werkte hij mee om het beste te maken. “Skin on Skin en Stone to Stone.”

Echt is namelijk echt in de kunst en dat was Pim Fortuyn ook (r.i.p). Deze foto stond een paar dagen op de cover van het tijdschrift en bracht Fortuyn in de problemen toen als directeur van de OV-Studentenkaart BV. De tweede keer dat ik hem fotografeerde schaterde hij het uit toen ik binnenkwam.

“Oh, nee, ik ga niet weer uit mijn hemd voor je hoor?, riep Fortuyn lachend uit in zijn Rotterdamse huis.

Die tweede keer fotografeerde ik hem keurig in de studio als gedreven en iets wat ongeduldige politicus en als ‘vader des vaderlands.’

Portret fotografie van de controversiele Politicus Pim Fortuyn met ontbloot bovenlichaam - Michael Klinkhamer
Portret fotografie van de controversiele Politicus Pim Fortuyn met ontbloot bovenlichaam – Michael Klinkhamer
Portret fotografie van de ambitieuze en controversiële Politicus Pim Fortuyn Michael Klinkhamer
Portret fotografie van de ambitieuze en controversiële Politicus Pim Fortuyn
photo Michael Klinkhamer

Narouz Moltzer de gelukkigste Amsterdamse kunstenaar tijdens Covid

“Meestal loop ik in jeans en werkkleding maar voor deze expositie is het leuk om op chique zwart te gaan” lacht Narouz Moltzer (Amsterdam, 1963) mij toe vanuit zijn zwarte BMW bolide. Hij is blij en gelukkig!

We zijn in zijn auto onderweg naar het prestigieuze Cobra museum in Amstelveen waar hij deelneemt aan een groepsshow met zijn beeld dat is uitgekozen door gast conservator Aziz Bekkaoui. We hebben het eerst over zijn autoliefde die ik met hem deel.

narouz moltzer gelukkige kunstenaar jongen met hoepel cobra museum amstelveen photo klinkhamer
Narouz Moltzer de gelukkigste kunstenaar van Amsterdam – photo Michael Klinkhamer

BEN COBRA is een expositie in het Cobra museum in Amstelveen en nog te bezichtigen tot 5 April 2021. We hebben er zin in. Ik ontheemd net terug uit Cambodja, na 10 jaar door Covid, bijna depressief en hij de gelukkigste en een succesvol kunstenaar.

Gelukkig kennen we beide het oude gezegde “alles voor de kunst.” Daar worden de mooiste dingen uit geboren. Geluk en geld komt dan wel weer vanzelf. De stemming zit er tussen ons gelijk goed in.

De man achter de blijdschap en de kunst 

Samen met zijn veertienjarige dochterlief Indi wandelt hij relaxed door de grote zaal van de expositie en bekijkt ieder kunstwerk met aandacht en concentratie.

De geëxposeerde beelden zijn gekoppeld aan een bekende culturele persoon die dan weer gefotografeerd is in relatie met een Cobra beeld. Ik zie zijn liefde voor creatie, en met name voor zijn eigen creatie, zijn jonge dochter.

COBRA (of CoBrA) was een Europese avant-gardebeweging die actief was van 1948 tot 1951. De naam werd in 1948 gevormd door de initialen van de thuis steden van de leden te combineren: Kopenhagen, (Co), Brussel, (Br), Amsterdam (A).

Nederlandse artiesten zoals Karel Appel, Constant, Corneille, zijn bekende oprichters van de groep. Cobra werd officieel opgericht op 8 november 1948 in Café Notre-Dame, Parijs.

Narouz is gefotografeerd in het Cobra Museum met getatoeëerd bovenlijf. Te samen met het beeld dat voor deze expositie is geselecteerd. Ik voel zijn trots en zijn bescheidenheid op hetzelfde moment. We zijn even stil.

Narouz Moltzer ben cobra exhibition photo 2020 Raymond van Zessen
Narouz Moltzer ben cobra exhibition photo 2020 Raymond van Zessen

“Ik laat me nu ook niet meer zo fotograferen met al die tattoos, de mensen weten het nu wel en ik kap ermee”. Doorbreekt hij de stilte droogjes.

portrait photography narouz moltzer black fashion suit cobra museum amstelveen photo klinkhamer
Narouz Moltzer de trotse kunstenaar – photo Michael Klinkhamer

Kortom, ik moet als fotograaf wel met een heel goed argument te komen om de kunstenaar weer bloot te krijgen voor mijn foto als ik dat wil. Nou is me dat wel vaker gelukt tijdens mijn portret fotografie sessies, maar of het deze keer ook lukt of zelfs nodig is, blijft nog even de vraag. 

De lastigste keer dat ik iemand met ontbloot bovenlichaam wilde/moest fotograferen was met de vermoorde ijdeltuit en politicus Pim Fortuyn voor HP/de Tijd. 

De tweede keer toen ik binnenkwam bij Pim voor een andere foto wist hij al hoe laat het was en zei: “O jij weer!

Pim Fortuyn was een levenskunstenaar. 

Inspiratie voor fotografie is soms snel gevonden   

Het beeldje van Narouz in de expositie is uit 2008 en is eigenlijk een onderdeel van een veel groter standbeeld. Ontkoppelt van een groter geheel. In die zin staat het beeldje ook een beetje naakt. 

gelukkige kunstenaar narouz moltzer beeldhouwer cobra museum amstelveen photo klinkhamer
Narouz Moltzer beeldhouwwerk “Jongetje met hoepel” – photo Michael Klinkhamer

“Ik heb het beeldje los gemaakt van een hele familie die aan dat beeld vast zat”, legt Narouz met een glimlach uit.

Ineens krijgt Narouz inspiratie hoe hij op beeld zou willen worden vastgelegd. In Cobra achtige bewegingen dansen voor de camera in een zwart pak.

Los van de achtergrond, gewoon bijna op een kinderlijke manier laten zien wie hij is en hoe hij in het leven staat.  

portrait photography sculpture artist narouz moltzer cobra museum amstelveen photo klinkhamer
Portret fotografie de speelse Narouz Moltzer – photo Michael Klinkhamer

Wat is de Cobra beweging voor een moderne kunstenaar?

Na het fotograferen komen we in gesprek over waar de Cobra beweging voor stond en nog steeds staat.

Volgens Narouz staat de Cobra beweging voor hem in ieder geval voor het kinderlijke, het naïeve, het niet serieuze. Waarschijnlijk precies dat wat een kunstenaar blijdschap geeft.

portrait photography happy artist narouz moltzer amsterdam tattoo photo michael klinkhamer
Portrait photography happy Narouz Moltzer – Photo Michael Klinkhamer

Er is geen boodschap in zijn beeld, het is de expressie van blijf vooral spelen als een kind en blijf creatief. Maak wat je zelf wil en volg daarbij je intuïtie. 

Hoe gaat de gelukkige kunstenaar Narouz te werk?

Duidelijk op zijn praatstoel verteld Narouz hoe hij het liefste bezig is in zijn atelier. Eerst in Amsterdam, maar sinds kort in de rust van het Brabantse platteland.

“Ik ben kunstenaar en maak wat ik zelf mooi vindt. Niet perse Cobra of een andere al uitgevonden stijl, daar ben ik nooit mee bezig.”

Narouz hoort niet in een hokje. Hij schildert prachtige doeken met figuratieve abstracte patronen en maakt imposante bronzen beelden.

Voor meer werk van Narouz kijk hier:

www.instagram.com/narouzmoltzer

kunstenaar narouz moltzer tattoo hands photo klinkhamer
Narouz Moltzer “De handen van de kunstenaar maken het werk” – photo Michael Klinkhamer

Soms vindt hij op straat leuke en bruikbare dingen en daar maakt hij dan een beeld van. Dat is zijn manier van werken. Laat het komen en laat het gaan. Covid of geen Covid, hij doet al jaren zijn eigen ding.

Het liefst denkt Narouz niet in hokjes en hij stopt zichzelf ook niet in een hokje. Hij zegt: “Als ik voor deze show in het Cobra hokje pas dan is dat prima. Het is leuk om hier met een aantal andere creatieve te exposeren. Mensen die creatief denken en doen.

De beelden die we hier zien zijn gemaakt door Cobra kunstenaars en die beelden zijn door Aziz Bekkaoui gekoppeld aan andere kunstliefhebbers. Ik ben eigenlijk de enige uitvoerende kunstenaar hier op deze expo met een eigen beeld staat.”

Hoe krijgt een kunstenaar waardering voor zijn werk?

Het Cobra museum is een toonaangevend museum. Het is belangrijk om hier aan gekoppeld te zijn. Dat is  goed voor mijn art “ranking”. Je wordt meer op waarde geschat denk ik door de mensen die jouw waarde bepalen. Puntjes sprokkelen op je CV is altijd leuk. 

Narouz lacht en zegt:

Ik ben het water, niet het glas”!

Hij verzint het ter plekke. 

Terwijl hij het lachend uitspreekt zie ik dat het hem weinig doet. Zijn blijdschap komt van binnen. Hij lijkt er echt niet mee bezig, maar begrijpt inmiddels wel hoe het werkt in de kunstwereld.

Hij zegt: “Als ik aan het werk ben in mijn atelier laat ik dat helemaal los hoor, in een museum realiseer je dat je werk resoneert met andere kunstenaars en curatoren van musea.” 

Het is niet altijd makkelijk als Amsterdamse kunstenaar

Tijdens ons gesprek wordt het duidelijk dat het niet altijd makkelijk is geweest voor Narouz in het leven en als kunstenaar. Des te meer waardering voor zijn vrolijkheid en positieve attitude. Ik wil meer weten hoe hij zo geworden is. Het zat hem echt niet altijd mee. 

Zijn vader overleed toen Narouz pas 3 jaar oud was. Natuurlijk heeft dat invloed gehad op zijn jeugd. Net als zijn Surinaamse, Portugese, Molukse en Indonesische achtergrond. 

“Ik had een brute stiefvader van mijn 6de tot m’n 16de. Op m’n 13e liep ik het thuis zo uit de hand dat ik tot m’n 16de op een internaat terecht kwam, toen ik thuis kwam, was hij weg.” Het jongensinternaat beviel hem trouwens prima. Op 27 jarige leeftijd begint hij met serieuze zelfstandig kunst te maken.

Jarenlang was hij de kunstenaars gezel, assistent en vriend van Aat Veldhoen. De beroemde Amsterdamse kunstschilder, volks-graficus en vrijdenker uit de jaren ’60.

Dankzij Aat Veldhoen begreep hij dat het maken van kunst een definitieve keuze is voor het leven. Voor of tegenspoed telt hier niet in mee. Doorgaan, doorgaan, was het levensmotto van Veldhoen. Een levensles die ook bij Narouz is ingegraveerd. 

Je creaties is waar het om gaat. Covid of geen Covid is net zo’n ding. Hij zal gewoon doorgaan in het belang van creatie en expressie. Want alleen daar wordt hij echt gelukkig van. 

Over Ben Cobra

Voor de tentoonstelling Ben Cobra nodigt de bekende vormgever, kunstenaar en gastcurator Aziz Bekkaoui een uiteenlopende groep van meer dan 25 bijzondere, kleurrijke, baanbrekende, uitgesproken creatieve of anderszins opvallende individuen uit: van de kinderburgemeester van Amsterdam Ilias Admi tot de choreograaf Uri Eugenio, van de voorzitter raad van toezicht Universiteit van Amsterdam Marise Voskens tot de schrijver Arnon Grunberg.

Door deze hedendaagse non-conformisten te koppelen aan de museumcollectie laat hij zien dat Cobra’s zoektocht naar hoop, de drang naar absolute vrijheid, spontane expressie en maatschappelijke en artistieke vernieuwing vandaag de dag nog even belangrijk zijn als destijds.

Nog tot 11 Sep 2020 – 05 Apr 2021.

Portretfotografie in het UMC

Enkele portretfoto’s gefotografeerd in het grootste academische ziekenhuis in Nederland. Voor mijn lens komen verplegers, artsen, onderzoekers en patiënten. Bedrijfsfotografie met als centraal thema de mens en bedrijfsactiviteiten binnen het UMC in Amsterdam in 2020-2021.

Fotograferen met als doel een gigantische instantie terug te brengen tot de menselijke maat is hierbij mijn missie.

UMC recycle green team foto klinkhamer©
UMC recycle green team foto klinkhamer©
artistieke portretfotografie van medewerker hr amsterdam UMC ziekenhuis
portretfotografie van medewerker UMC ziekenhuis. ©Michael Klinkhamer

Het UMC Amsterdam staat voor grootschaligheid op menselijke maat. Door het fotograferen van medewerkers binnen de instelling leren we de mensen achter de organisatie beter kennen.

laborant ziekenhuis UMC amsterdam portretfotografie zwart-wit
portretfotografie van een laborant UMC ziekenhuis. ©Michael Klinkhamer
portretfotografie patient met vr bril in ziekenhuisbed AMC-VU Amsterdam ziekenhuis
portretfotografie van patiënt tijdens een virtual reality experiment in UMC ziekenhuis. ©Michael Klinkhamer
Edwin de Vrieze UMC verpleger aan het werk met Rover app.
Edwin de Vrieze UMC verpleger aan het werk met Rover app.